Start | Mens-zijn | Deugt de mens?

Standbeelden worden neergehaald. Grote leiders die weliswaar een deel van de (wereld)bevolking veel goeds hebben gebracht, deugden op andere fronten niet. Veel heldendaden blijken gepaard te gaan met onderdrukking, uitbuiting en verwoesting.

Kan een mens een standbeeld verdienen? Deugen de meeste mensen eigenlijk wel?

De meeste mensen deugen, maar lang niet altijd

In zijn veelgelezen boek De meeste mensen deugen steekt Rutger Bregman ons een hart onder de riem: we zijn in principe geen slechte, maar juist goedwillende wezens. Dat idee juich ik toe, maar toch denk ik dat het niet helemaal klopt. Ja, de meeste mensen deugen, maar lang niet altijd. Dat bemoedigt me meer dan de eendimensionale opvatting dat we allemaal wel oké zijn.

Het hangt er natuurlijk vanaf wat je onder ‘deugen’ verstaat. Ik vat het op in termen van de deugdethiek. Dan betekent deze stelling dat de meeste mensen de deugden bezitten die kenmerkend zijn voor een goed leven.

In de klassieke opvatting zijn dat allereerst de kardinale deugden: moed, maat, rechtvaardigheid en verstandigheid. Wie deugt, heeft deze deugden verworven en ook alle daarvan af te leiden deugden.

”Wie deugt, heeft de kardinale deugden moed, maat, rechtvaardigheid en verstandigheid verworven.”

Eenheid van de deugden

De samenhang van deze deugden wordt in de klassieke deugdethiek uitgedrukt in de these van de ‘eenheid van de deugden’. Dit principe houdt in dat wie een van deze deugden heeft, ook de andere deugden moet hebben.

Zo geldt dat wie moedig is, maar geen maat houdt in zijn verlangens of zijn moed op onrechtvaardige of onverstandige wijze inzet, niet werkelijk moedig is. De moedige nazi – een voorbeeld dat nogal eens wordt ingebracht om de tekortkomingen van de deugdethiek aan te tonen – deugt dus pertinent niet, want een nazi zet zijn moed volstrekt onrechtvaardig in.
In de ene deugd komende de andere deugden altijd mee. Je deugt pas als je alle deugden hebt verworven. Dat is de meeste mensen niet gegeven, al zijn ze daarmee natuurlijk nog geen nazi’s of alleen maar geneigd tot het kwade.

Een mix van deugden en ondeugden

Nu zou je kunnen zeggen dat dit de theorie is, maar dat in de werkelijkheid de meeste mensen gewoon deugen. Toch laten juist empirische studies zien dat de meeste mensen niet zonder meer deugen, maar eerder een mix van deugden en ondeugden vertonen. De meeste mensen hebben ‘mixed characters’.

We blijken sommige deugden wel te bezitten en andere niet. Je bent bijvoorbeeld enorm toegewijd in je werk, maar niet erg geduldig in het opvoeden van je kinderen. Of we blijken een deugd soms wel te vertonen maar op andere momenten niet. Je hebt bijvoorbeeld wel de moed om het voor iemand anders op te nemen, maar het ontbreekt je aan moed om je baas de waarheid te zeggen als het erop aankomt.

Juist empirische studies laten zien dat de meeste mensen niet zonder meer deugen, maar eerder een mix van deugden en ondeugden vertonen

De mate waarin we deugden vertonen blijkt sterk af te hangen van de situaties waarin we verkeren. Doen wat deugdzaam is in een situatie waarin het tegenovergestelde aannemelijk is, is een stuk moeilijker dan wanneer je het collectief kunt doen.

Wie werkelijk deugt, zou echter juist een bepaalde stabiliteit van karakter moeten bezitten waardoor hij of zij in allerlei situaties op de juiste wijze handelt. Dat is niet velen gegeven. In die zin deugen de meeste mensen in feite niet. 

Heiligen met morele zwakten

Maar zelfs mensen die we bij uitstek als voorbeeld van deugdzaamheid zien, blijken dikwijls niet in alle opzichten te deugen. Zo staan de deugden van moed, rechtvaardigheid, geweldloosheid, verstandigheid en compassie die Martin Luther King toonde in zijn strijd voor de burgerrechten van zwarte Amerikanen, buiten kijf. Toch is bekend dat hij ontrouw was aan zijn vrouw, er tal van buitenechtelijke relaties op na hield en in dat opzicht dus geen maat hield en onbetrouwbaar was.  

”Deugde King? Ja natuurlijk, maar tegelijk ook niet. Hij was een heilige met serieuze morele zwakten.”

Op dit punt werd zijn karakter eerder door ondeugden dan door deugden gekenmerkt, iets wat hij zelf ook erkende. Deugde King? Ja natuurlijk, maar tegelijk ook niet. Hij was een heilige met serieuze morele zwakten. 

Wat voor zulke grote voorbeelden als Martin Luther King geldt, dat ze naast eminente deugden notoire ondeugden blijken te bezitten, geldt in feite voor de meeste mensen in het klein, mensen zoals u en ik die een ‘gewoon’ leven leiden en proberen dat zo goed mogelijk te doen. We deugen wel, maar blijken regelmatig ook niet te deugen.  

De stelling ‘de meeste mensen deugen’ is me daarom te simpel. Deugdzame mensen blijken onder invloed van de omstandigheden vrij gemakkelijk in staat te zijn tot ondeugdelijk gedrag, zoals tal van psychologische experimenten hebben laten zien. We hebben daarom een meer genuanceerd en complex beeld nodig van hoe deugden en ondeugden in een mens samen kunnen gaan.  

Groeien in de deugd van de liefde

Ik vind dat genuanceerde denken bij Augustinus, een kerkvader uit de christelijke traditie waartegen Bregman zich juist lijkt af te zetten. Augustinus omschrijft de deugd ergens als ‘de liefde waarmee je liefhebt wat je behoort lief te hebben’. Hij constateert dat de een verder is in deze liefde dan de ander en dat deze bij sommige mensen zelfs ontbreekt, maar dat niemand er zo volmaakt in is dat je er niet meer in kunt groeien.  

Vervolgens stelt hij dat, als je in deze deugd kunt groeien, dan datgene wat minder is dan deze deugd van een ondeugd moet komen. Dit betekent dat in ieder mens ondeugden huizen, zelfs in de grootste heilige. 

Toch is groei in de deugden mogelijk, omdat groei in liefde altijd mogelijk is. Zolang je leeft, is die groei mogelijk. Ook in dat opzicht deugen mensen niet, maar zijn veeleer voortdurend op weg naar de deugd.  

”Dit betekent dat in ieder mens ondeugden huizen, zelfs in de grootste heilige.”

Pessimistisch?

Zijn we nu weer terug bij de pessimistische visie waarmee Bregman in zijn boek juist wilde afrekenen? Zijn we niet eens een keer klaar met die sombere christelijke zondeleer?  

Ik heb dat ook wel gedacht, maar zie steeds meer de bevrijdende en ontspannende betekenis ervan. Als ethicus met een voorliefde voor de deugdethiek ben ik gaan inzien dat het klassieke deugdethische ideaal een harde gesel kan zijn. Elke keer dat ik ontdekt word aan mijn gebrek aan deugdzaamheid, is dat een bewijs dat ik de deugden nog helemaal niet bezit. Dat leidt juist tot een sombere kijk op de mens, om te beginnen op mezelf.  

Liever erken ik met Augustinus tegelijk het hardnekkige bestaan van ondeugden én de mogelijkheid van groei in de centrale deugd van de liefde

De klassieke deugdethiek kan niet goed uit de voeten met het menselijke tekort. Ik vrees dat ook de visie dat de meeste mensen deugen daar moeilijk mee uit de voeten kan. Dat is me te naïef.  

Liever erken ik dan met Augustinus tegelijk het hardnekkige bestaan van ondeugden én de mogelijkheid van groei in de centrale deugd van de liefde. Dat is realistisch en bemoedigend tegelijk.  

Het mooie is bovendien dat de liefde een theologale deugd is, dat wil zeggen het karakter heeft van een gave. Dat betekent dat ze een ontvangend karakter heeft en dus niet louter afhankelijk is van mijn morele streven. Veeleer is het een afgestemd zijn op het goede dat mij overstijgt en me gegeven wordt.  

Dit blog verscheen eerder op Het Goede Leven.

Pieter Vos

Pieter Vos is bijzonder hoogleraar protestantse geestelijke verzorging bij de krijgsmacht en universitair hoofddocent ethiek aan de Protestantse Theologische Universiteit. Hij maakt deel uit van het Moral Compass Project: een grootschalig onderzoek naar goed en kwaad, normen, waarden en moraal.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.