Generic selectors
Exact matches only
Zoek een titel
Zoek in de Gestelde Vragen
Zoek een Artikel
Zoek naar Thema's
Filter by Categories
Mensbeeld
Nieuwsberichten
Relatie
Religie
Samenleving
Technologie
Uitgelicht
Wetenschap
Zingeving

Waarom je niets opschiet met de vraag: Ben je gek als je in God gelooft?

20 11 2018

Soms zie ik de vraag “Ben je gek als je in God gelooft?” als titel van een debat voorbijkomen. Ook het Nationale Religiedebat op 30 oktober draaide om die vraag. Ik val meteen maar met de deur in huis: ik vind dit een absurde vraag. Volgens Van Dale is ‘gek’ zoiets als ‘van het verstand beroofd’ of ‘krankzinnig’. Je bent dus gek als je je verstand niet meer kunt gebruiken of lijdt aan een ernstige psychiatrische aandoening.

Niet goed snik

De vraag is daarmee of 80-85% van de mensheid mentaal ernstig ziek is. Want dat percentage van de mensheid is religieus. De vraag is daarmee of grote denkers als Augustinus, Thomas van Aquino, Karl Barth en Charles Taylor krankzinnig waren en zijn. De vraag is daarmee of topwetenschappers, zoals Isaac Newton, Robert Boyle (van de gaswetten), Blaise Pascal, en Francis Collins, leider van het Human Genome Project, niet goed bij hun hoofd waren. De vraag is of daarmee wereldberoemde musici zoals Johann Sebastian Bach en Georg Friedrich Händel nooit hun verstand gebruikten. De vraag is daarmee of kunstenaars als Rembrandt en Marc Chagall niet goed snik waren. De vraag is daarmee of die honderdduizenden Nederlanders, waaronder advocaten, artsen, psychiaters, aannemers, filosofen, economen en ga zo maar door, die regelmatig naar een kerk, moskee of synagoge gaan, collectief van het verstand beroofd zijn.

Alleen iemand met een diep religieus trauma of een totaal verwrongen wereldbeeld kan deze vraag serieus nemen.

Lees ook: Gek of niet – Is geloof irrationeel?

Omdraaien

Wordt de vraag interessanter als we hem omdraaien? Ben je gek als je niet in God gelooft? Of, nog een stapje verder, ben je gek als je ervan overtuigd bent dat God niet bestaat, dat wil zeggen, als je atheïst bent? Natuurlijk niet. Wie wil al die miljoenen atheïsten op aarde, waaronder vele totaal normale, gezonde mensen, briljante wetenschappers en kunstenaars, collectief een mentale ziekte toeschrijven? Ik hoop niemand.

Andere vragen

De vraag “Ben je gek als je in God gelooft?” of de vraag “Ben je gek als je niet in God gelooft?” is dus behoorlijk onzinnig. Met zo’n absurde vraag schiet je ook weinig op als je een fatsoenlijk gesprek wilt voeren met iemand die een andere levensbeschouwing heeft. In plaats daarvan wil ik hier twee andere vragen noemen die er in eerste instantie misschien een beetje op lijken. Maar bij nader inzien zijn zij heel anders en wel degelijk voer voor een goed, gelijkwaardig gesprek. De ene vraag gaat over atheïsme, de andere over christelijk geloof.

Of het gek is om in God te geloven? Behoorlijk onzinnige vraag!

Is het atheïsme redelijk?

Ten eerste, kan atheïsme redelijk zijn? Ik bedoel daarmee niet de vraag of de atheïst als mens redelijk kan zijn. Natuurlijk kan dat. Beroemde wetenschappers en filosofen, zoals Bertrand Russell en Ayn Rand, waren atheïst en bovendien nuchtere, redelijke, weldenkende mensen. Ik heb genoeg vrienden die overtuigd atheïst zijn. Mensen in Nederland en België met wie ik over atheïsme in gesprek ga, zoals Herman Philipse en Maarten Boudry, zijn redelijke mensen. De vraag is niet of zij als mens rationeel zijn maar of hun atheïstische levensovertuiging in het bijzonder redelijk is. Dat vind ik een interessante vraag.

Ervaren

Heel wat atheïsten beroepen zich op het feit dat ze nog nooit iets van God hebben ervaren of gemerkt. Dat kan natuurlijk. Toch zullen ook zíj zich er van bewust zijn dat honderden miljoenen normale, rationele mensen zeggen wél iets van God ervaren te hebben. Waarom zou je dus als atheïst niet denken: ik heb wellicht nog niets van God ervaren, maar misschien komt dat nog. Of: misschien heb ik niet op de juiste plekken naar God gezocht of niet op de goede manier. Of: het zou kunnen dat God redenen heeft om zich nog niet aan mij te openbaren. Ervaringen op zich kunnen atheïsme nooit rationeel maken. Iemand kan bijvoorbeeld een sterke ervaring van leegte of zinloosheid hebben, maar waarom zou dat representatief zijn voor heel de werkelijkheid door de geschiedenis heen?

Lees ook: God bewijzen. Waarom zou ik?

Argumenten tegen Gods bestaan

Als atheïsme als levensovertuiging redelijk is, dan moet dat dus op basis van argumenten en niet zozeer op basis van ervaringen zijn. Sterker nog, het moet op basis van argumenten tegen Gods bestaan zijn en niet zozeer op basis van het ontmantelen van argumenten vóór Gods bestaan. Dat laatste is iets waar atheïsten zich veel mee bezig houden. Logisch, want het is goed mogelijk dat heel wat, of zelfs alle, argumenten voor Gods bestaan niet overtuigend zijn. (Persoonlijk denk ik daar anders over. Zie hoofdstuk 5 van God bewijzen: Argumenten voor en tegen geloven, waarin Stefan Paas en ik maar liefst zeven krachtige argumenten voor Gods bestaan uiteenzetten).

Hoe krachtig zijn ze dan?

Maar argumenten vóór Gods bestaan weerleggen is nog iets heel anders dan goede redenen geven om te denken dat God niet bestaat. Het opmerkelijke is dat er eigenlijk niet zo veel argumenten vóór atheïsme zijn. Of atheïsme redelijk kan zijn, hangt helemaal af van de kracht van deze paar argumenten. Denk bijvoorbeeld aan het argument op basis van het kwaad in deze wereld. Het argument is dan dat een volkomen goede, almachtige God nooit zoveel lijden zou toelaten. Of denk aan het argument naar aanleiding van Gods verborgenheid. Het argument is dan dat een liefdevolle God die in een relatie met mensen wil staan, zich wel vaker en duidelijker zou bekendmaken.

‘Er zijn eigenlijk niet zo veel argumenten vóór atheïsme’

Maar juist over deze argumenten is door gelovige wetenschappers, filosofen en andere gelovigen al eeuwen nagedacht en de literatuur laat een rijke variatie aan antwoorden zien. Juist in religieuze tradities wordt al eeuwen over deze problemen nagedacht. Het Oude Testament, en dan met name het boek Job en de profeten, staat vol met gedachten over ons lijden en Gods betrokkenheid. En ook met verhalen over hoe mensen omgaan met Gods verborgenheid.

Normaal gesprek

Dus hoe krachtig zijn deze argumenten tegen Gods bestaan eigenlijk? Daar hangt naar mijn idee de redelijkheid van atheïsme compleet van af. En daarom vind ik de vraag of atheïsme een redelijke opvatting is, een interessante vraag. En bovendien is het een vraag waar je een redelijk, normaal gesprek over kunt voeren zonder je af te hoeven vragen of de ander gek is.

Christelijk geloof dwaas?

Er is nog een tweede vraag die mij in dit verband intrigeert: is niet zozeer geloof in God, maar het christelijk geloof in het bijzonder, niet ten minste een beetje gek of dwaas? Is het niet vreemd te geloven dat het cruciale moment in de hele wereldgeschiedenis het levenseinde van een joodse rabbi was in een klein landje, zo’n 2.000 jaar geleden? En is het niet onwaarschijnlijk dat in zijn opstanding uit de dood de redding voor heel de mensheid gelegen is? Van de dwaasheid van deze geloofsovertuiging zijn de nieuwtestamentische schrijvers zich ook bewust.

‘Is het niet vreemd te geloven dat het cruciale moment in de hele wereldgeschiedenis het levenseinde van een joodse rabbi was in een klein landje, zo’n 2.000 jaar geleden?’

Zo laat Paulus al het contrast zien tussen het geloof in de gekruisigde Christus en het wereldbeeld van twee andere groepen in de maatschappij van toen, namelijk joden en heidenen: “Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas.” (1 Kor. 1: 21-23)

Paulus laat al het contrast zien tussen het geloof in de gekruisigde Christus en het wereldbeeld van twee andere groepen in de maatschappij van toen.

Aanstootgevend

Dat God mens zou worden en zou sterven is voor veel groepen mensen in onze tijd – moslims bijvoorbeeld – een religieus aanstootgevende gedachte. Voor veel seculiere mensen is het een dwaas idee, te particulier of te historisch bepaald. Want een almachtige, alwetende, algoede God kan nooit op zo’n wijze te werk gaan, toch? Laat staan de gedachte, dat God een mens, Jezus Christus, zou laten sterven om anderen te laten leven. Wat is dit voor een God? Hier wringt het. Hier botst namelijk het christelijk geloof met de culturele omstandigheden van toen. En hier botst het met onze culturele normen, onze morele intuïties en wellicht ook met bepaalde rationaliteitsprincipes.

‘Dat God mens zou worden en zou sterven is voor veel groepen mensen in onze tijd – moslims bijvoorbeeld – een religieus aanstootgevende gedachte.’

Hoop

En toch is dit iets wat ik als christen geloof, waar ik zelfs hoop uit put. Kijk, daar ga ik graag over in gesprek. Dit is een reële vraag aan het adres van een christen: waarom zou je dit geloven? Ook daar kun je een normaal, redelijk gesprek over hebben zonder te denken dat de ander krankzinnig is.

Ik wil dus voorstellen dat we de vraag “Ben je gek als je in God gelooft?” voorgoed achter ons laten. We hebben allemaal wel betere dingen te doen dan vragen stellen die impliceren dat gelovigen of juist atheïsten niet goed bij hun hoofd zijn. Laten we het hebben over vragen die er echt toe doen en waar een waardig en persoonlijk gesprek over kunnen voeren. Dan denk ik aan vragen als: Hoe redelijk is atheïsme? Hoe sterk zijn de argumenten tegen Gods bestaan? Is het niet in zekere zin dwaas te geloven in een gekruisigde en opgestane Jezus Christus. En zo ja, wat betekent dat dan?

LEES MEER

mm
Dr. Rik Peels is filosoof, theoloog en schrijver. Hij studeerde filosofie aan de VU Amsterdam en aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, Verenigde Staten. Ook studeerde hij theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn en aan de VU. Hij verwierf zijn bachelor- en mastergraden in theologie en wijsbegeerte cum laude. Van 2008 tot en met 2012 was hij promovendus theoretische filosofie aan de Universiteit Utrecht. In 2011 was hij een halfjaar lang associate member van Merton College aan de Universiteit van Oxford. Sinds 1 september 2016 is universitair docent en onderzoeker aan de VU, binnen de Faculteit Wijsbegeerte.
Meer van Rik Peels
Aantal reacties: 3
  1. Steven

    Beste Tim,

    Ik denk dat Dr. Peels best begrijpt welk uitgangspunt veel atheïsten zichzelf aanmeten, maar ik denk dat hij (net zoals ik) het daar gewoon niet mee eens is. Stel, twee mensen lopen door een veld en komen een hermetisch afgesloten kubus tegen. Het enige gegeven dat zij van die kubus hebben is dat hij hol is. Ze hebben echter geen gereedschap bij zich om te kunnen meten of er iets in zit. De één zal zeggen, ik geloof dat er iets in zit, de ander zal zeggen; ik geloof van niet. Het enige wat ze op een dergelijk moment kunnen doen is het beargumenteren van hun mening. De gelovige zal zijn argumenten noemen waarom hij denkt dat er iets in zit. De atheïst zal zeggen dat hij geen argumenten hoeft te geven omdat niet bewezen kan worden of er iets in zit. Persoonlijk vind ik dat gewoon raar. Natuurlijk moet een atheïst ook kunnen beargumenteren waarom het atheïsme de goede keuze is. Het hele vraagstuk ‘bestaat God?’ Zal namelijk per definitie nooit te bewijzen zijn. Wij kunnen namelijk nooit met instrumenten van binnnen deze werkelijkheid iets van buiten deze werkelijkheid meten. Natuurlijk is het mogelijk dat je je niet wil bezighouden met deze vorm van meer filosofische wetenschap, maar begrijp dan wel dat je je eigenlijk helemaal niet in het debat kan mengen met dit uitgangspunt. Jij zal namelijk altijd zeggen ‘maar het is niet te bewijzen’ en alle filosofen zullen altijd zeggen, maar daar gaat dit debat/ deze vraag ook helemaal niet over.

    Met vriendelijke groeten,

    Steven

  2. Tim

    Het is onmogelijk te bewijzen dat iets niet bestaat. Dat is het mooie aan wetenschap, als iets bewezen is dan is het een feit, dan maakt het niet uit of je er in gelooft of niet. ‘Geloof’ impliceert direct dat er geen feitelijk bewijs is. Er is in de hele history van de mensheid nog geen enkel bewijs geleverd van het bestaan van god. Dat 80-85% van de bevolking gelooft in god, betekent niet dat god bestaat. Dit is een discussie waar nooit een eind al zal komen, want je kunt niet bewijzen dat god niet bestaat (Dit is direct de paradox van de discussie: het niet kunnen bewijzen van het niet bestaan van god is direct het bewijs dat hij daadwerkelijk niet bestaat (weer een andere discussie)), maar je kunt ook niet bewijzen dat god wel bestaat. Dus het komt neer op wat mensen ‘geloven’. 80-85% van de wereldbevolking wil in iets geloven waar geen bewijs voor is, de rest wil dit niet (gebruikt hun verstand en gelooft niet direct mooie verhalen die andere mensen vertellen).
    Is het vliegend spagetti monster anders dan god? Nee, ook voor het vliegend spagetti monster is geen bewijs dat het wel bestaat, maar ook geen bewijs dat het niet bestaat. Dit is fundamenteel hetzelfde als ‘god’. Tot dat er feitelijk bewijs komt voor het bestaan van god is het een simpel sprookje, als dit er wel komt is het een feit en hoef je niet meer te “geloven” in god, of je nu denkt dat hij bestaat of niet.
    Dat het geloof een bepaalde functie (negatief of positief) in de maatschappij heeft is een andere discussie en staat los van de discussie over het bestaan van god.

  3. Tim

    Beste dr. Pils,

    In dit stuk geef je aan dat atheïsme altijd gebaseerd moet zijn op argumenten die het ondersteunen, en niet op het weerleggen van argumenten voor god. Dit is een misconceptie gebaseerd op een misrepresentatie van de overtuiging van vele atheïsten. Het uitgangspunt bij de vraag of iets bestaat is namelijk voor mij, en vele anderen, dat het niet bestaat. Voor ons bestaan dingen alleen als het mogelijk is ze aan te tonen. Deze visie op bestaan passen vele theïsten ook toe wanneer zij het bestaan verwerpen van onaangetoonde sprookjes (elfjes, kabouters, etc) of onaantoonbare theorieën (onwaarneembare zwevende theepot), zonder dit te ondersteunen met bewijs.

    Er zijn ook atheïsten die wel beweren bewijs te hebben voor het niet bestaan van god. Zij mogen natuurlijk wel aan bewijslast gehouden worden in een discussie. Echter, direct bewijs voor het niet bestaan van iets is fundamenteel onmogelijk (onfalsifieerbaar). Dus zelfs aan hen is het vragen van direct bewijs onredelijk. Onder een directe bewijslast voor afwezigheid van zaken bestaan alle mogelijke dingen, en is een gesprek of overtuiging over wat wel en niet bestaat dus nutteloos.

    En dan nu de reden dat ik deze reactie heb geschreven: Soms is de misrepresentatie van atheistische levensovertuigingen een vergissing. In andere gevallen wordt deze bewust verspreid, om zo onder valse voorwendselen mensen voor een bepaald geloof te winnen. Er is voor mij geen reden om aan te nemen dat u onder de tweede categorie valt. Maar omdat u gestudeerd hebt in theologie en een positie heeft op de VU, zou u wel moeten weten van deze misrepresentatie. Ik hoop dat u het met mij eens kunt zijn dat het verspreiden van valse weergaven van levensovertuigingen in het algemeen uit den boze is.

    Vriendelijke groeten,
    Tim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *