fbpx

Bewijs voor Gods bestaan?

Home | Bewijs voor Gods bestaan?

Zijn er bewijzen voor Gods bestaan? Nee, zegt de een. Ja, zegt de ander. Moet je Gods bestaan überhaupt willen bewijzen? Nee, zegt de een. Ja, zegt de ander. Schrijver en predikant Adrian Verbree heeft hier zo zijn eigen gedachten over. Het is voor een christen niet belangrijk of je het bestaan van God wel of niet kunt bewijzen, schrijft hij. Al zijn er ook vandaag soms van die dingen die te denken geven…

Onbeantwoordbare vraag

Agnosten en atheïsten. Ken je het verschil tussen deze twee woorden? Agnosten zijn mensen die zeggen: ‘Hoe je het ook wendt of keert, of God bestaat dat kunnen wij niet weten. Je kunt zijn bestaan niet bewijzen en je kunt zijn niet-bestaan niet bewijzen. Waarom zou je je druk maken over een onbeantwoordbare vraag?’ Dat doen agnosten dus ook niet. Atheïsten zijn een heel ander slag mensen. De dikke Van Dale omschrijft ze als ‘godloochenaars’. Atheïsten ontkennen het bestaan van God. Daarmee treden zij, ironisch genoeg, toe tot de ‘kring der gelovigen’. Atheisten geloven. Zij houden vast aan het onbewijsbare: God bestaat niet.

Dit hardop constateren, kan zijn nut hebben. Je kunt als christen nog al eens het gevoel hebben, dat je voor onnozel wordt versleten, omdat je gelooft in iets dat je niet kunt bewijzen. Nou, die club is groter dan je denkt…

Lees ook: Geloven in God is altijd van waarde!

Atheïsten zijn een ander slag mensen dan agnosten, schrijft Adrian Verbree. Atheïsten geloven. Zij houden vast aan het onbewijsbare: God bestaat niet. (Beeld: Giphy)

Laatste woord

Nu is het voor een christen in laatste instantie niet eens zo belangrijk of je het bestaan van God wel of niet kunt bewijzen. Omdat voor ons ‘vertrouwen’ het laatste woord is. Dat vind ik een rustgevende gedachte. Als ik met een van mijn ongelovige vrienden over mijn geloof praat, is een van de eerste dingen die ik duidelijk maak, dat ik niet de behoefte heb om het bestaan van God te bewijzen. Ik zeg dat ik me uitlever, overgeef aan de Bijbel, die me belooft dat Hij er is. Ik ben als een kind dat boven aan de trap staat en haar vader zegt: “Spring maar, Klaartje”. Tien tegen één dat Klaartje springt. Waarom?

Blind vertrouwen

Omdat ze heeft bewezen dat vaders armen sterk genoeg zijn? Omdat ze weet dat vader niet door zijn rug zal gaan? Omdat ze heeft uitgerekend dat de maximale versnelling die een kind van 13 kilo van een hoogte van 4 meter in vrije val kan bereiken, binnen de grenzen van het ‘opvangbare’ valt? Welnee. Klaartje springt, omdat ze haar vader vertrouwt. Zij springt in blind vertrouwen.

Zo geloof ik in God: in blind vertrouwen, zonder Hem ooit te hebben gezien. Het is een sprong in het diepe, maar ik vertrouw erop dat ik zacht zal landen. Het bewijzen van zijn bestaan laat ik aan Hem zelf over. Ik reken erop, ik vertrouw erop, dat Hij dat bewijs op een dag op niet mis te verstane wijze zal leveren. Ondertussen zijn er ook vandaag soms toch van die dingen die te denken geven…

Ook lezen: God bewijzen? Waarom zou ik?

Vader en kind
Zoals een kind vertrouwen heeft in haar vader, zo heb ik vertrouwen in God, schrijft Adrian Verbree. (Foto: Depositphotos)

Fanatiek gelovige atheïst

Aan geld had het haar nooit ontbroken. Dus toen ze eindelijk op hoge leeftijd stierf, hoefde ze op haar begrafenis niet te laten bezuinigen. De familie hoefde ook niet na te denken over een passende tekst voor op haar grafsteen. Dat had ze zelf al gedaan. Ze was namelijk een gelovige. Een fanatiek gelovig atheïst. Je zou kunnen zeggen: ze was een atheïstische fundamentaliste. Op haar graf moest, zo had ze bepaald, een abnormaal dikke en zware steen komen te liggen. En op die steen moest de volgende tekst komen te staan:

“Deze steen zal tot in eeuwigheid niet van zijn plaats komen”

Niks opstanding van de doden. Liggen tot in eeuwigheid en niemand die er nog iets aan zou kunnen veranderen.

Misschien ook interessant: Gokken op Gods bestaan?

Dingetje van niks

Ik weet niet hoe men, toen haar graf nog vers was, op deze geloofsbelijdenis heeft gereageerd. Hoe dan ook: ze raakte vergeten en met haar raakte ook haar graf in de vergetelheid. Onkruid overwoekerde haar triomf over het bestaan van God. Maar de steen lag waar ze lag. Tot op een dag: het was herfst geweest en het was lente geworden. Tussen grafsteen en aarde schoot een zaailing op. Een dingetje van niks. Twee blaadjes en een stengeltje.

Toen jaren en jaren later de begraafplaats werd schoongemaakt, stonden de mensen weer stil bij haar graf. Ze zeiden niet veel, maar hadden des te meer om over na te denken. De met God spottende tekst stond nog steeds op de steen. Alleen moest je er nu scheef vóór gaan staan om hem te kunnen lezen… De zaailing was een boom geworden en had de loodzware zerk compleet aan de kant gedrukt, zodat je recht in het open graf keek…

Deze column is overgenomen met toestemming van uitgeverij Vuurbaak. Het verscheen eerder als hoofdstukje in het boekje ‘Lichtflitsen’.

Adrian Verbree

Adrian Verbree, geboren in Grand Rapids, Michigan, is predikant in Hardenberg-Baalder en daarnaast schrijver en columnist. Hij studeerde theologie in Kampen. Enige jaren na zijn start als predikant, raakte hij burn-out. Daar schreef hij later openhartig over, onder meer in het boek 'Eclips - Verslag van een burn-out'. Verbree schrijft al vele jaren columns in verscheidene bladen, ook publiceerde hij tal van boeken bij uitgeverij Vuurbaak, soms in samenwerking met onder anderen theoloog Jochem Douma en cartoonist/tekenaar Christian Zomer.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.