fbpx

Gelovigen zijn niet gek, maar atheïsme is redelijker

Home | Gelovigen zijn niet gek, maar atheïsme is redelijker

Hoe redelijk is atheïsme? Met die vraag sloot filosoof en theoloog Rik Peels onlangs een artikel af. Zijn vraag triggerde historicus en vrijdenker Leon Korteweg, die besloot om een antwoord op deze vraag te schrijven. In zijn weerwoord, noem het een soort open brief, verdedigt Korteweg de redelijkheid van atheïsme. Wij mochten zijn reactie overnemen. Gelovigen zijn heus niet gek, schrijft Korteweg, maar atheïsme is toch echt redelijker. Al was het maar omdat de wereld er beter van wordt.


Beste Rik Peels,

Je stuk ‘Waarom je niets opschiet met de vraag: Ben je gek als je in God gelooft?’ is interessant en een repliek waard. Aangezien het stuk geadresseerd is aan een ‘jij’, ga ik ervan uit dat ik je mag tutoyeren. Voorts zal ik in mijn stuk rekening houden met het bestaan van één of meerdere goden; als atheïsme onjuist is, wil dat immers niet zeggen dat monotheïsme by default juist is.

Feilbaar wezen

Om te beginnen ben ik het volkomen met je eens dat niet alle gelovigen – noch alle ongelovigen- ‘gek’ zijn. Dat wil zeggen, over de gehele linie. Wat natuurlijk wel zo is, is dat iedereen zich wel eens ergens in vergist. Iets mis heeft, iets fout denkt, ergens naast zit, omdat je niet beter weet. Dat is niets om je voor te schamen, dat overkomt de besten. De mens is nu eenmaal een feilbaar wezen. Volgens atheïsten is het bestaan van God(en) zo’n misvatting (en daarom een zeer geschikte titel van Dawkins’ beroemde boek).

Geloven in die misvatting op zich, maakt een mens nog niet meteen krankzinnig of gevaarlijk. Net zomin als geloven ‘dat de maan is gemaakt van groene kaas’ geen ramp is. Dat heeft geen enkel praktisch gevolg – positief dan wel negatief – in ons dagelijks leven. Ook zijn er veel religieuze opvattingen die wel praktische gevolgen hebben, maar die niet echt schadelijk zijn. Gelovigen die bijvoorbeeld bidden voor hun eten, verspillen hooguit tijd. Daar ga ik niet moeilijk over doen.

Ernaar handelen in de praktijk

Toch doen we er goed aan om te ontdekken welke van onze opvattingen onjuist zijn, voor het geval een vergissing wél praktisch negatieve gevolgen heeft voor ons dagelijks leven. Je zou toch niet willen dat iemand door onjuiste informatie fysiek, mentaal of economisch geschaad wordt? Dat is wat vrijdenkers, sceptici en humanisten als ik drijft om actief te bestuderen hoe de wereld echt in elkaar zit. Dubieuze beweringen onderzoeken we kritisch; we gaan in discussie met degenen die dubieuze beweringen aanhangen, vooral als ze ernaar handelen in de praktijk. Ik constateer dat religies een overvloed aan dubieuze beweringen doet, gecombineerd met tal van aantoonbaar negatieve praktijken. Daarom vind ik het volkomen logisch om het bestaan van goden – spil van de meeste religies – rigoureus te betwijfelen.  En indien nodig verwerpen.

‘Ik constateer dat religies een overvloed aan dubieuze beweringen doet, gecombineerd met tal van aantoonbaar negatieve praktijken.’

Het zal je zijn opgevallen dat ik mij hierboven ‘vrijdenker, scepticus en humanist’ heb genoemd en niet ‘atheïst’. Dat laatste label is voor mij veel minder belangrijk en is slechts mijn conclusie naar aanleiding van één vraag. De andere drie zeggen veel meer over mijn algemene houding ten aanzien van allerlei dubieuze beweringen. Zie ook mijn vorige paragraaf. Als we het specifiek over het goddelijke hebben, noem ik mijzelf agnostisch atheïst. Dat wil zeggen: als we de gangbare theïstische definitie van ‘God’ volgen. (Namelijk: de schepper van de wereld, die overal perfect in is, interageert met mensen en bepaalde handelingen van hen verlangt.) Ik weet niet (zeker) of die wel of niet bestaat (agnosticisme), maar ik ben niet van zijn bestaan overtuigd (atheïsme).

Lees ook: Gek of niet – is geloof irrationeel?


Vrijdenkers, sceptici en humanisten willen weten hoe de wereld echt in elkaar zit en zijn daarom kritisch ten opzichte van dubieuze beweringen, schrijft historicus Leon Korteweg. (Beeld: Giphy)

Bestaan van goden ervaren

Overigens, met betrekking tot de jonge-aarde-creationistische, Bijbelse god zou ik een ‘gnostisch atheïst’ genoemd kunnen worden. We kunnen immers wetenschappelijk aantonen dat de aarde niet is geschapen in 6 dagen van 24 uur, circa 6000 jaar geleden? Zoals ook alle diersoorten niet, onafhankelijk van elkaar, in hun huidige vorm zijn geschapen. We wéten dat die god niet kán bestaan. In die god gelooft heden ten dage gelukkig nog slechts een minderheid van de theïsten. (Alleen in de VS hebben ze een kleine meerderheid onder de christenen.)

Ik heb nog nooit het bestaan van goden ervaren, maar dat kan nog komen. Absence of evidence is not evidence of absence. Voor verrassingen die je standpunt doen wankelen – of je wellicht dwingen deze te herzien – moet je open kunnen staan. Ik ben blij te lezen dat jij ook doet. Daarom zou ik nog steeds een scepticus zijn als ik overtuigd zou worden van het bestaan van een god, of goden. Ik denk wel dat de klassieke christelijke – alwetende, algoede en almachtige – god niet kan bestaan. Immers, die god vindt het belangrijk dat ik in hem geloof. Maar als dat zo is én hij bestaat:

  1. dan zou hij vanuit zijn algoedheid willen dat ik geloofde,
  2. vanuit zijn alwetendheid zou hij weten hoe hij mij kon overtuigen om in hem te geloven,
  3. vanuit zijn almacht zou hij de kracht hebben om mij te overtuigen (een anti-godsbewijs dat je terecht noemt).

Ronduit arrogant

Als het niet belangrijk is dat ik in hem geloof, dan verspillen christenen – of anderen die geloven in een perfecte god – hun tijd om te proberen mij te bekeren. Dan is die god niet goed naar hen en mij toe. Als hij niet weet hoe hij mij kan overtuigen, of daartoe niet de macht heeft, dan is hij nogal onvolmaakt. Gek genoeg bewijst het feit dat ik niet in een dergelijke god geloof, dat hij niet bestaat. Een wat grappiger formulering van ongeveer dezelfde weerlegging is: God heeft mij een atheïst gemaakt, wie ben jij om zijn wijsheid te betwijfelen?

Het idee dat ik ‘nog niet op de juiste plekken heb gezocht’, zou kunnen kloppen. Maar dat ‘God redenen heeft om zich nog niet aan mij te openbaren’ vind ik – het spijt me om het te moeten zeggen – ronduit arrogant. Wat maakt sommige mensen nou zo belangrijk en speciaal dat zij ‘de waarheid’ wel mogen weten en mensen zoals ik niet? Waarom wordt deze kennis over het goddelijke, die 80-85% van de mensheid naar verluidt zou hebben ontvangen, mij en mijn ‘ongeloofsgenoten’ ontzegd? (Overigens bestaat deze kennis uit allerlei verschillende en tegenstrijdige versies, waar de gelovigen al vele eeuwen ruzie over maken.) Zijn wij soms willekeurig vervloekt met een gebrek aan kennis? Of is het onderdeel van een soort wreed spel dat er van boven met ons wordt gespeeld? (En zo ja, wat voor ‘goede’ god is dat dan?)

Lees ook: Maakt de wetenschap God overbodig?

Jezus
Als God bestaat en écht God is, dan moet hij mij van zijn bestaan te kunnen overtuigen, argumenteert Korteweg. (Foto: Depositphotos)

Vrees voor de hel

Verder, wat zegt dit idee over de gelovige? Is het niet wat egocentrisch om te denken dat jij zo bijzonder bent dat God hoogstpersoonlijk heeft bepaald dat jij (al) wél kennis mag hebben van de waarheid van zijn bestaan en een ander (nog) niet? Hoe zit het met atheïsten die tot hun dood toe ieder godsgeloof hebben verworpen? Is het eerlijk naar hen toe dat God zich nooit heeft geopenbaard aan hen?

‘Is het niet wat egocentrisch om te denken dat jij zo bijzonder bent dat God hoogstpersoonlijk heeft bepaald dat jij (al) wél kennis mag hebben van de waarheid van zijn bestaan en een ander (nog) niet?’

Als het inderdaad zo is dat ongelovigen naar de hel gaan – wat gelukkig niet alle gelovigen (meer) geloven – dan is het ronduit wreed om de kennis van Gods bestaan aan hen te onthouden. En zelfs als de hel niet bestaat, is de vrees voor de hel al vreselijk voor miljarden mensen op onze planeet. Sommigen blijven angstvallig gelovig of bekeren zich nog kort voor de dood tot deze of gene religie, om maar niet eeuwig gestraft te worden voor goddeloosheid. Het zou gemeen zijn van God om ons zo in het onzekere te laten en onze eeuwige verdoemenis te riskeren. Dát is niet verenigbaar met zijn zogenaamd algoede karakter. Een rechtvaardige god zou makkelijk kenbaar moeten zijn.

Niet overtuigend bevonden

In de loop der geschiedenis zijn allerlei godsargumenten aangevoerd. Ikzelf en miljoenen sceptische atheïsten met mij hebben deze zorgvuldig bestudeerd en niet overtuigend bevonden. (Dat doen wij trouwens al eeuwenlang. Denk bijvoorbeeld aan de paradox van Epicurus, eeuwen vóór Christus. Je opmerking dat gelovige denkers al eeuwenlang naar een theodicee hebben gezocht, is dus irrelevant. Een argumentum ad antiquitatem.) Drogredenen en zwakke bewijzen gaan er bij ons niet in. Waarom niet? Omdat onze gehele samenleving is ingericht op het goed begrijpen van de relatie tussen oorzaak en gevolg. Op het trekken van de juiste conclusie naar aanleiding van een aantal premissen. Als dat niet zo was, dan stierven we binnen de kortste keren in het verkeer, door het eten van ongezonde dingen en noem maar op.

We zouden geen uitzondering moeten maken op het terrein van religie en spiritualiteit. Er is geen reden om braaf de meest dubieuze en absurde religieuze beweringen voor zoete koek slikken. Want wat maakt het zo belangrijk om te geloven wanneer dit gebeurt op grond van slechte argumenten. Maar ook op basis van onvoldoende bewijs voor het bestaan van God? Religieuze claims moeten op gelijke voet behandeld worden met andere niet-bewezen zaken. Denk aan ufo’s, de werkzaamheid van alternatieve geneeswijzen, spoken, wilde complottheorieën, elektrohypergevoeligheid, Bigfoot, het paranormale en het monster van Loch Ness. Als er geen goede reden is om erin te geloven, omdat alle argumenten ervoor zijn weerlegd, dan zouden we dat dus ook niet moeten doen. Vooral niet, wanneer dit leidt tot schadelijk handelen.

Ook lezen: Mijn favoriete argumenten tegen Gods bestaan

Fundamentalistische moslims
Alleen al het feit dat godsgeloof tot heel veel schadelijke praktijken leidt, is een reden om vóór atheïsme te zijn, meent Korteweg. (Beeld: Depositphotos)

Ellende in de wereld

Dat is het belangrijkste argument vóór atheïsme. Of beter gezegd, om anderen te overtuigen van atheïsme. Overigens geef je zelf ruiterlijk toe dat ‘het goed mogelijk is dat heel wat, of zelfs alle, argumenten voor Gods bestaan niet overtuigend zijn’. Bovendien leidt theïsme tot ontzettend veel schadelijk handelen en ellende in de wereld. Tot leed dat vaak allemaal vermeden zou kunnen worden als mensen simpelweg niet in goden zouden geloven.

‘Bovendien leidt theïsme tot ontzettend veel schadelijk handelen en ellende in de wereld.’

Iedereen kent immers de voorbeelden? Onderdrukking, haat, discriminatie, intimidatie, seksueel misbruik en ander geweld tegen vrouwen (misogynie) en kinderen (in het bijzonder genitale verminking). Maar ook hersenspoeling met religieuze dogma’s, het aanpraten van schuldgevoelens en angst voor branden in de hel. Verder, onderdrukking van LHBT+ mensen (homofobie), ‘godslasteraars’ (noem het ‘blasfemofobie’), ‘ketters’ (de inquisitie), afvalligen (tegenwoordig vooral ex-moslims), andersgelovigen (godsdienstoorlogen), ongelovigen (atheofobie). Denk ook aan het omgaan met gehandicapten (validisme), vreemdelingen (xenofobie), dieren (onverdoofd slachten, dieronvriendelijke rituelen), religieuze kwakzalverij zoals gebedsgenezing, exorcisme of heilig water als ‘medicijn’. Of pogingen om mensen te ‘genezen’ die helemaal niet ‘ziek’ zijn, zoals LHBT+ mensen. Het onwetend houden van mensen door het vrije debat en wetenschappelijke, filosofische en artistieke vooruitgang te hinderen. Of feiten te ontkennen die kunnen leiden naar beter welzijn voor mens, dier en milieu. Etc. etc. etc.

Morele plicht om religiekritiek te leveren

Dit is allemaal veel minder onschuldig dan geloven dat de maan is gemaakt van groene kaas. Als religies zo onschuldig waren, dan zou ik mij niet in deze mate geroepen voelen om ze te bekritiseren. Echter, omdat ik graag anderen wil beschermen tegen vermijdbare ellende, voel ik een morele plicht om religiekritiek te leveren. En zet ik mij in om mensen op andere gedachten te brengen. Het moet erkend worden dat godsgeloof vaak niet het monopolie heeft op het leveren van motieven voor de hierboven genoemde schadelijke handelingen. Ook is het zeker niet zo, dat alle gelovigen zich hieraan schuldig maken. Toch is het feit dat deze schadelijke handelingen door religies regelmatig worden gemotiveerd en/of gerechtvaardigd, genoeg om ze ervoor verantwoordelijk te houden. Je ziet namelijk, dat waar het godsgeloof verdwijnt, dergelijke ellende enorm afneemt.

Atheïsme is echt redelijker. Kijk naar de meest seculiere regio’s van Europa, Noord-Amerika en Australië, waar dergelijke gruwelen het minst voorkomen. Waar mensenrechten het hoogst in het vaandel staan en we elkaar met het meeste respect behandelen. (Op het terrein van dierenrechten is nog winst te behalen. Dat doen bijv. Hindoes, Boeddhisten en Jaïnisten gemiddeld beter dan wij. Gelukkig is er vooruitgang onder westerse ongelovigen.) Zou dat iets te maken kunnen hebben met het feit dat wij ons hier het minste aantrekken van een vermeende hemelse tiran? Iemand die ons via heilige teksten, geestelijken of persoonlijke ervaringen dicteert om te handelen zoals beschreven in genoemde voorbeelden? Dat is een conclusie die iedere gelovige zou moet overwegen.

Dit artikel verscheen eerder op de website van De Vrije Gedachte en is met toestemming overgenomen.

Leon Korteweg

Leon Korteweg is historicus, bestuurslid bij De Vrije Gedachte en actief bij Guerrilla Skepticism on Wikipedia. Hij schreef en schrijft voor onder meer Skepter en De Vrijdenker. Korteweg is gespecialiseerd in religie (inclusief creationisme), nationalisme, geschiedvervalsing en argumentatieleer.

Laat een reactie achter