fbpx

Een almachtige God maakt geen wereld als deze

Home | Een almachtige God maakt geen wereld als deze

Bestaat (er een) God? Dat is een boeiende vraag, waarover de meningen verdeeld zijn. Mathematisch fysicus Klaas Landsman van de Radboud Universiteit – auteur van het boek  ‘Naar alle onwaarschijnlijkheid’ – gelooft niet in het bestaan van God. De reden? Het scenario van een welwillende en almachtige God levert in zijn optiek geen wereld op als de onze. En argumenten vóór het bestaan van God? Die snijden in zijn ogen geen hout.

Bijna een jaar geleden overleed mijn vader op 91-jarige leeftijd. Bij het ontruimen van zijn woning vond ik het boek ‘Aanzien 20e eeuw: het wereldnieuws in beeld’. Het was uit 1980 – ik was toen 16 – en ik had sindsdien niet bewust aan dit boek gedacht. Maar toen ik het weer doorbladerde realiseerde ik me hoe groot de invloed ervan op mijn wereldbeeld moet zijn geweest. Het begint met een paar mooie foto’s van La Belle Epoque. Maar zelfs die worden begeleid door teksten over de stuitende rijkdom van de elite in een Europa vol armoede. Het eindigt met de toenmalige Amerikaanse president Carter die op een oorlogskerkhof in Normandië neerknielt tussen talloze witte kruisen.

Recht in de ogen

Tussen deze foto’s in, ziet de lezer een schier eindeloze serie gruwelijkheden aan zich voorbij trekken. Ook nu nog zijn het de foto’s van galgen en andere executies, waarop je de (bijna) doden nagenoeg recht in de ogen kijkt, die mij het meest schokken. Natuurlijk kom je Stalin, Hitler, en Mao niet in iedere eeuw tegen, maar ik vraag mij af of een dergelijk boek over een eerdere eeuw er wezenlijk anders uit had gezien. Even los van de mogelijkheden die de fotografie bood.

“Ook nu nog zijn het de foto’s van galgen en andere executies, waarop je de (bijna) doden nagenoeg recht in de ogen kijkt, die mij het meest schokken”

Behalve dit boek voelde ik mij als zestienjarige sterk aangetrokken tot de zo abstract mogelijke wetenschap, in de vorm van theoretische natuurkunde en wiskunde. Een vakgebied dat voor mij steeds meer een antwoord werd op het boek. Tegenover de menselijke verschrikkingen op aarde ontdekte ik de schoonheid van de kosmos en de natuurwetten. Met als absoluut hoogtepunt de Algemene Relativiteitstheorie van Albert Einstein. Een onovertroffen intellectueel kunstwerk, dat ook nog eens de werkelijkheid beschrijft.

Lees ook: God bewijzen? Waarom zou ik?

Albert Einstein

Een antwoord op de menselijke verschrikkingen op aarde vond Klaas Landsman in de schoonheid van de kosmos en de natuurwetten. Met name in het werk van Einstein.

Buiten ons waarnemingsvermogen

Mijn houding – toen en nu – wordt treffend beschreven door Adriaan Fokker in zijn in memoriam over Einstein uit 1955. Daarin schrijft hij: “Zijn ware hartstocht lag in het doorgronden van het raadsel der onmetelijke wereld, die buiten en boven het geharrewar en het gewriemel van persoonlijke belangen, gevoelens, en driften der mensen stond. Dat nadenken troostte hem toen hij de schijnheiligheid van de gangbare fatsoenlijke idealen had doorzien. Als een bevrijding uit een aardse gevangenis lokte hem de beschouwing van die buitenpersoonlijke werkelijkheid.”

Later kwam hier voor mij de muziek bij, van met name Beethoven. Daarover zei de bekende pianist en pedagoog Leon Fleisher (geciteerd door diens leerling Jonathan Biss): “Deze muziek gaat niet over wat hier is; zij gaat over wat daar is. De meeste componisten zijn geïnteresseerd in het voelbare, het tastbare – hetgeen we kunnen zien, voelen, aanraken. Hij [Beethoven] is geïnteresseerd in dat wat buiten ons waarnemingsvermogen ligt. Dat helemaal daar, de Melkweg, het oneindige.”
Ook veel polyfone koormuziek van de renaissancecomponisten drukt deze grootsheid uit. Niet voor niets heet een typisch meesterwerk uit die tijd ‘O magnum mysterium’.

Bovenmaanse en ondermaanse

Mijn spagaat is allerminst nieuw. Het principiële verschil tussen het menselijke en twijfelachtige ‘ondermaanse’ en het goddelijke en eeuwige ‘bovenmaanse’ speelde al in het antieke Griekse denken een sleutelrol. Men slaagde er ook toen niet in om de grootsheid van de kosmos te verenigen met de futiliteit van de mens. Afgezien van het idee om van goden niet waarlijk superieure maar mensachtige wezens te maken, met alle zwakheden van dien. Evenmin zagen de Grieken in dat de natuurwetten (in die tijd sowieso een anachronisme) in het ondermaanse en het bovenmaanse hetzelfde zijn. Dit ongekende inzicht dateert pas uit de 17e eeuw, met name als gevolg van het werk van Newton.

“Ook de oude Grieken slaagden er niet in om de grootsheid van de kosmos te verenigen met de futiliteit van de mens”

Wie dit een eeuw later wel heel goed begreep was Immanuel Kant. Hij vroeg zich daarbij terecht af of “de sterrenhemel boven hem” de mens niet tot een dierlijk schepsel reduceerde. In plaats van dit te beamen, waarmee hij alle voordelen van het Griekse wereldbeeld met die van de moderne wetenschap zou hebben gecombineerd en Darwin 70 jaar voor had kunnen zijn, probeerde Kant de mens echter toch weer te verheffen. Daartoe deed hij een beroep op “de morele wet in hem”, waardoor zich een “van zijn dier-zijn onafhankelijk leven openbaart”, dat zich zelfs “tot in het oneindige uit zou strekken”.

Misschien ook interessant: 21 redenen om (niet) in God te geloven

Kosmos

Volgens Klaas Landsman maakt een almachtige en welwillende God geen wereld als die van ons.

Geen wereld als de onze

Deze dappere poging om een nieuwe eenheid in oneindigheid tussen mens en kosmos te smeden, verraadde het traditionele christelijk wereldbeeld dat Kant – ondanks zijn veelgeroemde kritische instelling – op metafysisch niveau verder niet ter discussie stelde. Zowel de kosmos als geheel als de mens waren voor hem het resultaat van een schepping door een welwillende God. Hij stelde ook niet de twee vragen die in de moderne wetenschap centraal staan. Namelijk: 1. stel dat een gegeven theorie of scenario waar is, hoe zou de wereld er dan uit zien? En: 2. mochten hier discrepanties optreden, is er dan wellicht een alternatieve theorie waarvan de implicaties de wereld beter beschrijven?

Het scenario van een welwillende en almachtige God levert geen wereld op als de onze. In dat scenario zouden in de natuur niet doelloosheid en toeval heersen. (Zie ook mijn boek ‘Naar alle onwaarschijnlijkheid – toeval in wetenschap en filosofie’.) Ook zouden in dat scenario onder de mensen niet kleinzieligheid, egoïsme, haat, en oorlog hoogtij vieren.

Geen God en geen doel

Uiteraard heeft iedere serieuze religie hier antwoorden op (zoals het bestaan van liefde, van de vrije wil, of het theodicee argument). Deze argumenten snijden in mijn ogen geen hout. Ze zijn bovendien overbodig, omdat een andere theorie wel degelijk spoort met de wereld zoals die is. Te weten: er is geen God (tenminste niet van het soort dat de grote monotheïstische religies aanhangen) en geen doel. De loop van de geschiedenis is een combinatie van toeval en het recht van de sterkste (zoals op evolutionaire gronden ook te verwachten valt); de moleculen die in de oersoep het beste om zich heen konden graaien wonnen. En zo is het in principe nog steeds (al zijn die moleculen inmiddels dieren en mensen geworden).

“De loop van de geschiedenis is een combinatie van toeval en het recht van de sterkste. De moleculen die in de oersoep het beste om zich heen konden graaien wonnen. En zo is het in principe nog steeds”

Volgens het recente boek ‘The Meaning of Belief’ van Tim Crane (Harvard, 2017) bestaat religie uit twee componenten. Ten eerste is er de ‘religieuze impuls’, oftewel het geloof in het transcendente dat het leven betekenis geeft en waar men zich naar moet richten. Ten tweede is er de identificatie met een bepaalde groep en haar tradities en gebruiken (de ‘kerk’). De religieuze impuls is een algemeen menselijke drift en ik moet bekennen dat ik er ten dele ook gevoelig voor ben. Ik ben allerminst een pure materialist die denkt dat er buiten de waarneembare (of beter gezegd: de binnen wetenschappelijke kaders definieerbare) werkelijkheid niets is.

Lees ook: Maakt de wetenschap God overbodig?

Jezus

De traditionele godsdiensten dragen niet bij aan de oplossing van het raadsel rond ons bestaan. Deze godsdiensten zijn mensenwerk, meent Landsman.

Oplossing van het raadsel

In dat opzicht ben ik dus geen volgeling van Spinoza (die mij wél van de doelloosheid van het bestaan heeft overtuigd). Integendeel, het bestaan zélf is voor mij het Magnum Mysterium.

Ik denk alleen niet dat de grote godsdiensten veel aan de oplossing van dit raadsel bijdragen. Deze godsdiensten zijn mensenwerk. Dat verklaart ook de veel te ‘kleine’ en ‘nabije’ invulling van het transcendente en haar directe relatie tot de mensheid via Mozes, Jezus of Mohammed. In mijn opvatting staat het transcendente zo ver van ons af, dat we er geen enkele relatie toe kunnen voelen. En er niets over kunnen zeggen. Ik richt mij er dan ook niet naar en het geeft mijn leven geen betekenis. Het is een beetje zoals mieren, die niet in staat zijn te beseffen dat ze onderdeel zijn van een mierenhoop. Laat staan dat zij daar een beschrijving van zouden kunnen geven – al is deze metafoor zoals ook alle andere te zwak om het transcendente te kunnen parafraseren.

Klaas Landsman

Prof. dr. Klaas Landsman (1963) is hoogleraar mathematische fysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was eerder verbonden aan de universiteiten van Cambridge, Hamburg en Amsterdam Landsman behaalde, na het gymnasium, in 1985 zijn doctoraaldiploma Natuurkunde, met Wiskunde en Sterrenkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. In 1989 promoveerde hij daar in de theoretische hoge-energiefysica. In 2018 verscheen bij Prometheus zijn boek 'Naar alle onwaarschijnlijkheid: toeval in wetenschap en filosofie'.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.