fbpx

Hoe ‘religieus’ is religieus geweld?

Home | Hoe ‘religieus’ is religieus geweld?

Onlangs schoot in Islamabad, Pakistan, een jonge student zijn leraar dood op het schoolplein. De leraar had gemopperd over de afwezigheid van de student. De student had geen tijd gehad voor de lessen. Hij was namelijk met honderden anderen aan het demonstreren in de stad, voor strengere handhaving van de gevreesde blasfemiewetten. De jongen had “geen spijt” van zijn daad en argumenteerde dat de moord “Gods wil” was. Ik hoorde dit verhaal op Radio 1 en had direct verschillende vragen. Want hoe moet je dit duiden? Is hier sprake van religieus geweld?

Er zijn twee opvallende zaken in dit verhaal. Ten eerste is het frappant dat deze jongen zijn daad legitimeert met de claim dat hij ‘Gods wil’ deed. Een theoloog zou zich afvragen: hoe kan hij weten wat Gods wil is? Ten tweede is het frappant dat ik dit bericht hoor in Nederland aan de ontbijttafel. Daaruit zou je kunnen afleiden dat dit wereldnieuws is. En wanneer dat inderdaad zo is, zou dit wijzen op het unieke karakter van de daad. Anders gezegd, moorden als deze moeten dan vrij uitzonderlijk zijn. Helaas weten we wel beter. Waarom dan toch dit bericht in het NOS-journaal van dinsdagmorgen 7 uur?

Begrijpelijk en onbegrijpelijk geweld

Wellicht omdat het een seculiere samenleving herinnert aan een barbaarse buitenwereld, waar mensen elkaar vermoorden en dit “Gods wil” noemen? Een frase die we trouwens maar al te goed kennen uit onze Europese geschiedenisboekjes. Denk bijvoorbeeld aan de kruistochten: ‘Deus vult’ – God wil het! Een geschiedenis waar menigeen nu hoofdschuddend op terugkijkt. Wellicht ook omdat het appelleert aan een soort common sense. Namelijk, dat religie in het algemeen en de islam in het bijzonder gevaarlijk is.

“Dat de Syrische president Bashar al-Assad meer moorden op zijn geweten heeft dan IS, is weliswaar een feit, maar geen populaire kennis”

Een moord gepleegd vanwege religieuze redenen is voor ons onbegrijpelijk. Een moord gepleegd door een staat daarentegen, roept een heel ander sentiment op. Dat de Syrische president Bashar al-Assad meer moorden op zijn geweten heeft dan Islamitische Staat (IS) is weliswaar een feit, maar geen populaire kennis. We hebben dus te maken met wat wel een ‘frame’ wordt genoemd. Binnen dat frame beoordelen we de ene gewelddaad anders dan de andere. Binnen dat frame lijkt ‘religie’ een soort morele splijtzwam tussen begrijpelijk en onbegrijpelijk geweld.

We beoordelen geweld anders wanneer het religieus gemotiveerd is, zegt religiewetenschapper Lucien van Liere. Religieus geweld is voor ons onbegrijpelijk.

Je gemeenschap verdedigen

Toch vermindert dit de noodzaak niet om religieus geweld serieus te nemen. Religieus geweld bestaat. Dat wil zeggen, mensen rechtvaardigen gewelddadige acties op grond van religieuze overwegingen. Dat doen mensen niet zomaar – omdat zij religieus zijn – maar omdat zij zich bedreigd voelen. Soms voelen zij zich als individu bedreigd, maar veel vaker als (religieuze) groep. Het is hierbij dus van belang dat niet ‘religies’ als zodanig gewelddadig zijn, maar dat ‘religieuze overtuigingen’ wel geweld kunnen legitimeren. Ook is het belangrijk om te zien dat deze overtuigingen altijd gekoppeld zijn aan de gemeenschap waarbinnen deze overtuiging als ‘waar’ wordt beleefd. We moeten dus onderzoeken onder welke omstandigheden geweld wordt gepleegd. Maar vooral: hoe plegers zelf hun geweld zien en begrijpen.

Wat we zien in verhalen van daders van zogenaamd religieus geweld is, dat zij hun religieuze perspectief inzetten als rechtvaardiging van hun geweld als tegengeweld. De jongen in Islamabad die zijn leraar doodschoot, deed dat niet omdat zijn absentielijst problematisch was geworden. Hij deed het omdat hij vond dat de leraar zijn gemeenschap in de steek liet. In plaats van bezig te zijn met de aan- en afwezigheid van scholieren had hij immers mee kunnen protesteren? De meeste religieuze tradities bieden kaders waarbinnen deze vorm van geweld legitiem is. Vaak gaat het hier om het recht je gemeenschap te verdedigen wanneer deze wordt bedreigd. Dit vinden we terug in zowel de christelijke traditie van de rechtvaardige oorlog, als in de islamitische traditie van de jihad.

“Binnen de meeste religieuze tradities bestaat het recht je gemeenschap te verdedigen wanneer deze wordt bedreigd”

Religieus geweld als tegengeweld

Uit mijn onderzoek naar de motivering van daders van religieus geweld blijkt, dat de primaire motivatie meestal is gelegen in het verdedigen van de (religieuze) gemeenschap. Deze is bedreigd, beledigd of geschaad en dit dient te worden rechtgezet. Religieus geweld, en geweld überhaupt, is vaak eer-gerelateerd. De motivatie om geweld te plegen loopt dan recht-evenredig aan de mate waarin leden van de gemeenschap als kwetsbare en geschoffeerde slachtoffers worden gepresenteerd. In interviews met daders zoals Imam Sumadra, (medeverantwoordelijk voor de Bali-bom in 2002), Osama bin Laden (voormalig leider van Al Qaeda) en Mohammed Merah (de schutter van Toulouse in 2012) zie je dit terug. Zij allen kwamen met verhalen over onschuldige kind-slachtoffers van (westers) geweld in respectievelijk Afghanistan, Irak en Palestina. Het ‘veel grotere onrecht’ dat hun gemeenschap wordt aangedaan, wordt daarmee voor de daders de rechtvaardiging voor hun eigen geweld.

Religieus gemotiveerd geweld is vaak een vorm van vergelding, vindt religiewetenschapper Lucien van Liere. In het filmpje hierboven gaat hij in op het onderwerp ‘wraak’. Wat doet het met ons mensen?

Slachtoffers als motivatie

Dergelijke thema’s zijn niet slechts te vinden bij moslims. Je ziet ze ook bij andere religieus, politiek of ideologisch geïnspireerde daders van zogenaamd ‘tegen’-geweld. Deze daders laten zich vaak inspireren door beelden of verhalen van kwetsbare slachtoffers, vaak van de eigen gemeenschap. Religies kunnen dan frames of kaders leveren waarbinnen tegengeweld gerechtvaardigd is.

Religies zelf motiveren dus niet tot geweld, zoals ik eerder ook schreef in dit artikel. Daarvoor zijn religieuze tradities veel te complex en divers. Maar onder bepaalde omstandigheden kunnen religieuze overtuigingen wel degelijk geweld als vergelding rechtvaardigen. Omlijst met religieuze taal. De omstandigheden kunnen nogal verschillen, maar vaak keren dezelfde thema’s terug. Zo zien daders zichzelf vaak als wrekers van een groot onrecht. Of zien ze hun gemeenschap als het slachtoffer van een onverschillige macht. Zo voelen daders zich verbonden met slachtoffers uit hun gemeenschap. En motiveren de slachtoffers van vandaag de daders van morgen.

Lucien van Liere

Lucien (L.M.) van Liere is werkzaam als religiewetenschapper en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Utrecht. Hij doceert en publiceert hij over de rol van religies in contexten van gewelddadig conflict. Van Liere studeerde theologie in Brussel en Leiden en filosofie in Amsterdam (UvA). Hij promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit op een onderzoek naar Hannah Arendt, Theodor Adorno en Karl Barth. Hij doceerde meer dan zes jaar systematische theologie, westerse filosofie en conflict studies aan de Sekolah Tinggi Teologi Jakarta, in Indonesië.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.