Is religie de moeder van alle oorlogen?

Home | Is religie de moeder van alle oorlogen?

Is religie de moeder van alle oorlog en geweld? Ja, zeiden veel militairen die ik als geestelijk verzorger sprak tijdens missies in Afghanistan. Meermalen kreeg ik te horen: “Dominee, als er geen godsdienst bestond, zaten wij hier niet in deze zandbak”. Het was een goedmoedige plaagstoot richting de christelijke dominee, een plaagstoot die ik sportief kon opvangen.

Evengoed was en ben ik mij ervan bewust dat de ondertoon wel degelijk serieus is. Wapengeweld en oorlogshandelingen gaan immers in alle tijden opvallend vaak vergezeld van godtalk? Eind september publiceerde het Nederlands Dagblad een foto, waarop Koerdische strijders van christelijke komaf in militair tenue te zien waren, die trots hun Jesus-tattoos aan de camera toonden. Ze stonden op het punt om hun woonplaats terug te veroveren op de, in naam van Allah optredende, IS-tegenstander. De foto prikkelde mij tot een kritisch commentaar in dezelfde krant. Kern van mijn betoog was: houd de naam van God – hoe je dat begrip ook wilt invullen – ver buiten het krijgsbedrijf.

Gebruik de naam van je God niet als rechtvaardiging voor oorlog en geweld, schrijft oud-krijgsmachtpredikant Henk Fonteyn.

De naam van God gebruiken

Er vielen nogal wat lezers over mij heen. Of je jezelf dan niet zou mogen verdedigen als je aangevallen wordt en verjaagd, vervolgd en verdreven van je geboortegrond. Dat was echter niet wat ik ter discussie probeerde te stellen. Mijn punt was dat, zodra anti-IS-strijders hun wapens op de tegenstander leegschieten in Jezus’ naam, zij precies hetzelfde doen als wat de hele wereld IS verwijt. Namelijk, de naam van hun God gebruiken voor de rechtvaardiging van terreur en geweld.

Het met geweld beëindigen van menselijk leven blijft iets kwalijks. Daar was de jonge Duitse dominee Dietrich Bonhoeffer diep van doordrongen, toen hij zich in de jaren ’40 van de vorige eeuw, oorlogstijd, inliet met een samenzwering met als doel Adolf Hitler te doden. Maar, zo redeneerde hij, niets doen -met als gevolg de dood van talloze onschuldigen- zou een grotere zonde tegen God en de humaniteit zijn. Het was onder meer bovenstaande overweging van Bonhoeffer die mij er begin 2000 toe bracht het vreedzame beroep van predikant te verwisselen voor een loopbaan als geestelijk verzorger bij de Koninklijke Landmacht. Het geleidelijke proces dat voorafging aan die keuze, begon met het zien van beelden van de burgeroorlog op de Balkan, begin jaren ’90 van de vorige eeuw.

Oorlog zorgt voor volstrekt abnormale omstandigheden, waarop mensen vaak totaal onvoorbereid zijn. (foto: Ryan Crane / US Air Force)

Hollandse jongens en meiden

Het waren beelden, niet alleen van oorlog, maar ook van Hollandse jongens en meiden met blauwe baretten. Gewone mensen die vanuit hun ‘veilige en verwende’ Nederlandse samenleving ineens in abnormale omstandigheden werden geplaatst. Ze werden daar geacht doeltreffend en verstandig op te treden, onderwijl aan handen en voeten gebonden door onwerkbare rules of engagement. Die Hollandse jongens en meiden bleken volstrekt onvoorbereid op de gemeenheid en meedogenloosheid van de strijdende partijen. En in mij rijpte, bijna tegen wil en dank, de gedachte dat het kennelijk niet voldoende is om de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens onder de neus te wrijven van door sluwe demagogen opgehitste kemphanen.

Dat bleek nog eens heel duidelijk in 1994 in Rwanda. Opgehitste, gehersenspoelde en gedrogeerde meuten ging daar los op hun ‘etnische rivalen’, hakten hen ledematen af en maakten zich schuldig aan massale moord- en slachtpartijen. In honderd dagen vielen zo’n 800.000 slachtoffers. Ook dit gebeurde voor de ogen van tot machteloos toezien gedoemde VN-militairen; Belgisch en Canadees dit keer. Ik bedacht: in Godsnaam, soms moet er een vuist op tafel – of misschien in iemands gezicht, als het niet anders kan – om groeiend kwaad een halt toe te roepen! Dat moet in de praktijk gebeuren door een legitieme organisatie als Defensie (en niet per se door het zwaaien met vuisten, natuurlijk).

Gods stem klinkt niet in een kogelregen of in afgeschoten raketten. Het zijn mensen die Gods naam gebruiken om hun geweld te rechtvaardigen. (foto: Joseph Scanlan / US Marine Corps)

Geweldsoptreden blijft vuil werk

Militairen zijn overheidsdienaars, gebonden aan regels en mandaten, opererend binnen tevoren opgestelde kaders en aanspreekbaar en verantwoordelijk als die grenzen overschreden worden. Maar neem dat ‘in Godsnaam’ niet letterlijk en laat het nooit een vlag worden waaronder de strijd gevoerd wordt.
Als iemand die vele jaren betrokken was bij de krijgsmacht kan ik zeggen: geweldsoptreden blijft vuil werk en is nooit onomstreden. Het vraagt dan ook om permanente ethische bezinning. In mijn ogen kan het geen kwaad dat mensen hun religieuze overtuiging meebrengen in hun werk als militair, ervan uitgaande dat in alle religies humaniteit en gerechtigheid grondwaarden zijn.

Gods stem klinkt niet uit een uzi

In die zin mogen we hopen dat een gelovige militair het oorlogsrecht en de mensenrechten zoveel mogelijk respecteert, zelfs ten opzichte van de ‘vijand’. Maar Gods stem klinkt niet in de kogelregen uit een uzi, noch in door een Apache-helikopter afgeschoten raketten. Evenmin klinkt Gods stem in nationalistische redevoeringen die geen ander doel hebben dan de eigen politieke en economische belangen, ook al worden er nog zoveel vrome citaten in gebezigd. Een Dieux le veut, Gott mit uns, God bless America of Allahu Akhbar als aansporing, alibi en legitimering van geweld is daarom niets anders dan wat in de tien geboden vroeger werd verwoord als het ‘ijdel gebruiken van Gods naam’. Is religie de moeder van alle oorlogen? Nee. Eerder de meest gebruikte rechtvaardiging voor oorlog.

Henk Fonteyn

Henk Fonteyn studeerde rechten en theologie. Nij zijn theologiestudie werd hij predikant van de Protestantse Gemeente van Tricht. Na 17 jaar predikantschap stapte hij over naar de krijgsmacht. Hij volgde de versnelde officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie en diende vervolgens bijna 14 jaar als geestelijk verzorger bij Landmacht. Hij werd uitgezonden naar Bosnië (2004 en 2008), Afghanistan (2006, 2009 en 2011). In 2014 verliet hij de krijgsmacht. Sindsdien is hij publicist, redacteur en vertaler.

2 reacties

  1. Jendella op 23 september 2018 om 09:16

    Er is alleen 1 Belangrijk Wapen en dat is de BIJBEL!!!

  2. Annie Oosterink op 16 oktober 2019 om 23:53

    God gebruiken als rechtvaardiging voor geweld, omdat je je nu eenmaal moet verdedigen en je land beschermen,
    is niet zoals God wil dat mensen tegenover elkaar staan.
    Hun God tegenover mijn God?

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.