fbpx

De kunst van duurzaam leven

Home | De kunst van duurzaam leven

De oproep om duurzaam te leven klinkt de afgelopen jaren steeds luider. Het argument is dan, dat als we doorgaan met consumeren zoals we dat nu doen, een deel van de grondstoffen in rap tempo opraakt. Bovendien vervuilen we de aarde zo enorm, dat dit wel tot problemen móét leiden. Onderwijl klinkt ook tegengeluid. De vraag is dan ook: waarom is duurzaamheid zo belangrijk? We vroegen het Karin Prins, schrijfster en ervaringsdeskundige op het gebied van duurzaam leven. Ze vertelt over haar stuntelende pogingen om duurzamer te leven en welk inzicht dat gestuntel haar uiteindelijk bracht.

Schipbreukelingen

In januari dit jaar zwommen honderden My Little Ponys naar Terschelling. Ze ontsnapten uit de meer dan driehonderd overboord geslagen containers van het zeeschip MSC Zoe. De felgekleurde schipbreukelingen werden opgevangen door strandjutters. Een My Litte Pony-noodopvang is ingericht op het eiland, waar aangespoelde My Little Ponys worden verkocht aan toeristen. De opbrengst is voor Stichting By The Ocean We Unite, die strijdt tegen de plastic soep in de oceanen.

Wanneer ik een maand later een paar dagen op Terschelling ben, zijn de stranden schoongeveegd door bewoners, dagjesmensen en het leger. Ze liggen weer vol schelpen, krabben en zeewier. Alsof er niets gebeurd is. Maar het overgrote deel aan spullen uit de zeecontainers is nooit aan wal gekomen. Het is gezonken naar de diepte van de oceaan en verworden tot ingrediënten voor de plastic soep.

Ook lezen: Helpen we met technologie de wereld om zeep?

Schoonmaken strand Terschelling
Uit de meer dan driehonderd overboord geslagen containers van zeeschip MSC Zoe ontsnapten honderden My Little Ponys. Ze vormden onderdeel van een grootschalige plasticvervuiling op een aantal Waddeneilanden. (Foto: Wikimedia Commons)

Kleiner leven

In het witte hotel aan zee waar ik verblijf, lees ik in het Algemeen Dagblad een artikel over de schoonmaakactie. Een deelnemer wordt geciteerd: “Wat een rommel hebben we eigenlijk. Ik ga kijken of al het plastic dat ik in huis heb wat minder kan”. Dat besef was een aantal jaar geleden één van de reden voor mij en mijn man om na te denken over kleiner leven: minder woonruimte, minder spullen en méér buiten. Méér vrijheid. Het voelde ongemakkelijk dat we ons leven volproppen met bezit en verplichtingen terwijl het onszelf, onze relaties en de natuur zo belast.

In het bijzonder rond de geboorte van onze kinderen viel het mij op dat veel niet-noodzakelijke spullen je worden aangepraat: als verantwoordelijke ouders moet je die toch écht in huis hebben. Terwijl wereldwijd miljoenen kinderen opgroeien zonder flessenwarmers, luiertassen, speciaal ademende matrassen en uitpuilende kleding- en speelgoedkasten. Laat ik maar niet beginnen over de, doorgaans plastic, spullen die gemaakt lijken te zijn om zo snel mogelijk kapot te gaan. Dat moet anders, besloten we.

Duurzaam tobben

En zo startte de zoektocht naar een duurzamer, lichter leven. Met een aan fanatisme grenzend enthousiasme ging ik aan de slag. Ik maakte mijn eigen wasmiddel, gebruikte olijfoliezeep in plaats van shampoo en douchegel, ik kocht bamboe tandenborstels, verminderde drastisch onze vleesconsumptie en koos zoveel mogelijk lokale en biologische producten. Ik nam glazen potten mee naar de groenteboer om ze te laten vullen met noten en gedroogd fruit.

Dat hield ik een tijdje vol en toen begon de terugval in oude patronen. Ik kocht schoenen die ik vervolgens nauwelijks droeg. Tijdens een erg intensieve week was ik niet zo kritisch meer op de boodschappen. Zo tevreden als ik was met mijn aanschaf van papieren pompoenen in plaats van ballonnen voor de verjaardag van zoon Berend, zo beteuterd keek ik naar de enorme berg afval na afloop van diezelfde verjaardag: plastic cadeauverpakkingen, chipszakjes en inpakpapier.

Lees ook: Technologie als onze Verlosser?

Als we door blijven leven op de huidige voet en onze rivieren en zeeën volpompen met plastic, giftige schoonmaakmiddelen, medicijnen en andere troep, dan verstikken we letterlijk de schepping, schrijft Karin Prins. (Beeld: Giphy)

Dumpen in zee

En wat zat mijn haar ráár van die olijfoliezeep!
Misschien wilde ik teveel tegelijk, in ieder geval sloeg de groene moeheid toe. Wat heeft mijn getob eigenlijk voor zin, zolang bedrijven wereldwijd tonnen afval blijven dumpen in zee? En hebben de klimaatcritici niet gewoon gelijk? Is onze invloed als mensen op het klimaat zwaar overschat?

18 maart 2019: een dode walvis spoelt aan met 40 kilo plastic in zijn maag. Het is slechts één van de zorgwekkende signalen dat de natuur lijdt onder onze levensstijl. Je hoeft geen wetenschapper of klimaatactivist te zijn, om te begrijpen dat het zo niet goed gaat. Dat, als we op deze grote voet door blijven leven, onze rivieren en zeeën volpompen met plastic, giftige schoonmaakmiddelen, medicijnen en andere troep, we letterlijk de schepping verstikken. Ik geloof dat al sinds oude tijden -toen er op deze wereld nog maar een handjevol mensen leefde- er een Goddelijke opdracht ligt: beheer (dus niet bezit) het leven op aarde en doe dat goed. Er is een heel mooi woord dat vaak in deze context wordt gebruikt: rentmeesterschap.

Volgende generatie

Goed rentmeesterschap betekent: datgene wat aan jouw zorgen wordt toevertrouwd, in een betere staat (!) doorgeven aan de volgende generatie. Maar God, wat maken we er een zooitje van! Ik haal de moed uit mijn bijna niet gedragen schoenen en besluit weer te gaan verduurzamen, dit keer stapje voor stapje.

Ergens rond het jaar 2000 interviewde ik tijdens mijn studie een woordvoerder van Time to Turn, een christelijke jongerenorganisatie die aandacht vroeg voor milieu en recht. Na jaren roepen in de woestijn, hieven ze zichzelf in 2014 op, omdat steeds meer christelijke organisaties de binnen de kerken ondergeschoven kinderen fairtrade en ‘duurzaamheid’ oppakten. Genieten van genoeg, was een slogan van Time to Turn. Wijze woorden, ze echoden na in mijn hoofd, beïnvloedden mijn keuzes en klinken vandaag luider dan ooit.

Luisteren: Dirk De Wachter over geluk

Genieten van genoeg
‘Genieten van genoeg’ is een mooie manier om duurzamer te leven, schrijft Karin Prins. Het is geen offer, maar een voorrecht. En het geeft rust in je hoofd. (Foto: Depositphotos)

Genieten van genoeg

Genieten van genoeg, niet zoveel willen en moeten, is geen offer maar een voorrecht. Het geeft rust in je hoofd. Delen met anderen geeft zoveel meer voldoening dan alles zelf hebben. Er ontstaat meer tijd en aandacht voor wat écht van waarde is: familie, vrienden, buren, de natuur. En meer ruimte om de dingen te doen waar je oprecht blij van wordt.

Terug van Terschelling verras ik dochter Juliette met drie kleine, gekleurde My Little Ponys, het zout nog in de manen. Ik vertel een verhaal over een stoere strandjutter die na een zware storm drie verdrietige paardjes aantrof op het strand. Ze kwamen van ver en waren op zoek naar een nieuw thuis. Juliette luistert met open mond en geeft ze zorgvuldig een plekje in haar kamer. Ze is nog maar vier. Het complete, sombere verhaal kan ik haar niet vertellen. Wel zaaien we wilde bloemen voor de insecten en groenten in haar mini-kas. Vol verwondering zien we de zaadjes ontkiemen. “Kijk!”, roept ze en wijst naar een citroenvlinder die hoog de blauwe lucht in fladdert. Het is weer lente, we mogen opnieuw beginnen. Een goede rentmeester zijn, met vallen en opstaan, in mijn eigen omgeving. Zo wordt hopeloos tobben: genieten van genoeg.

Karin Prins blogt over duurzaamheid en haar leven in een tiny house op: www.dromenoverfrankrijk.nl

Karin Prins

Karin Prins is freelance tekstschrijver en communicatieadviseur. Ze studeerde Communicatie aan hogeschool InHolland. Prins woont met haar man en twee kinderen in een zelfgebouwd, deels zelfvoorzienend tiny house in Tiny Village Kleinhuizen, in Nieuwegein. Daarover blogt zij op de site 'Dromen over Frankrijk'.

Laat een reactie achter