Wat leert de coronacrisis ons? Deel 4: systeemgedrag

Start | Samenleving | Wat leert de coronacrisis ons? Deel 4: systeemgedrag

Plotseling waren daar de lege schappen in de supermarkt. Wie na een dag hard werken in de zorg wc-papier, een potje bonen of pasta nodig had, kwam bedrogen uit. Opmerkelijk genoeg werd al snel duidelijk dat bij de lokale middenstand de schappen nog (redelijk) gevuld waren. Het fanatieke hamsteren ging aan de groenteboer, de toko en de bakker voorbij. Wat zegt dit over ons gedrag?

We vroegen het aan Marcel Canoy, econoom en schrijver:

Corona en gedragseconomie

Door het coronavirus ligt de hele wereld plat. In een zeldzame bui van bescheidenheid wil ik best toegeven dat econoom bepaald geen ‘vitaal’ beroep is, maar dat weerhoudt ons er niet van het fenomeen te bezien door de economische lens. Wat leert de gedragseconomie ons over hoe we met het virus omgaan? Veel.

Het alfa en omega van de gedragseconomie is Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. In zijn boek Ons feilbare denken introduceert hij zijn theorie over systeem 1 en systeem 2. Systeem 1 staat voor een snelle en intuïtieve manier van denken en oordelen. In systeem 2 valt het bedachtzame reflecteren. De meeste beslissingen nemen we op de automatische piloot, oftewel systeem 1. Best handig ook.

“Systeem 1 staat voor een snelle en intuïtieve manier van denken en oordelen. In systeem 2 valt het bedachtzame reflecteren”.

Systeem 1 en systeem 2

Kahneman laat echter zien dat we systematische fouten maken wanneer we systeem 1 gebruiken, terwijl eigenlijk systeem 2 nodig was. Hoe werkt dat bij corona?
Stel, je staat in de supermarkt. Je hebt genoeg wc-papier en paracetamol in huis voor een maand. Je loopt langs het schap. Er ligt nog één rol of één doosje. Systeem 1 pakt de rol. Systeem 2 laat hem liggen. Systeem 1 wint (te vaak).

Op Twitter is het ook feest voor Kahneman’s theorie. Hordes amateurvirologen lezen iets, denken snel “hé dat klinkt logisch”, zetten hun systeem 2 uit, en delen de barre onzin met hun volgers. Ook een ander fenomeen komt hier langs. De bevestigingsfout. We zoeken via systeem 1 naar informatie die onze standpunten bevestigt en zullen informatie die deze standpunten tegenspreekt negeren. “Zie je wel, die en die zegt het ook, dus dan moet het wel kloppen.”

Het Kahneman-feest wordt afgesloten met de begrensde wilskracht van systeem 1. Dat zien we bij mensen die toch massaal naar de bouwmarkt of het strand gaan. Systeem 2 is dan toch echt volledig afgekoppeld.

Status-qua-bias

Naast systeem 1 en 2 kent de gedragseconomie nog tal van andere inkijkjes in het gedrag van mensen bij het virus. Zo is er de zogeheten status-quo-bias. Daarmee nemen we de uitgangssituatie vaak (ten onrechte) als referentiepunt. Het zusje van status-quo-bias is verliesaversie: we kennen een opmerkelijk zwaar gewicht toe aan een klein verlies ten opzichte van de huidige situatie.

Een dramatisch voorbeeld werd gegeven door Zhou Xianwang, de burgemeester van Wuhan. Hij wist zeven weken voordat er maatregelen genomen werden wat hij moest doen. En ook dat hij het snel moest doen. Maar de hiërarchie in de partij was een struikelblok. Xianwang moest iets doen wat tegen de lijn inging. Dat kostte zeven weken. Au! Een schokkend gevalletje status-quo-bias en verliesaversie, want de burgemeester van Wuhan riskeerde een veel groter verlies door een klein verlies te vermijden.

Lees ook: Wat leert de coronacrisis ons? Deel 1: de aarde

Bij het coronavirus zien de deugd- en zondegoederen: mensen in de zorg die met gevaar voor eigen leven alles uit de kast halen. Daar tegenover de après moi le déluge-types die gewoon gaan feesten op het strand.

Deugd en zondegoederen

Daarmee zijn we er nog niet. De gedragseconomie kent ook nog deugd- en zondegoederen. Bij deugdgoederen betaal je een prijs in het heden voor mooie opbrengsten in de toekomst. Denk aan een studie. Bij zondegoederen is dat precies omgekeerd. Het pakje per dag. Bij het coronavirus zien we ze allebei. Mensen in de zorg die met gevaar voor eigen leven alles uit de kast halen. Daar tegenover de après moi le déluge-types die gewoon gaan feesten op het strand.

Achteraf-fout, self-serving-bias en kuddegedrag

Een heel ander principe uit de gedragseconomie is de achteraf-fout (achteraf weet iedereen hoe het zat), samen met zijn vriendje “de wet van kleine getallen” (we raken vertroebeld door steekproeven die te klein zijn om statistisch significant te zijn). En niet te vergeten de self-serving-bias: we zijn geneigd onszelf beter te achten dan we eigenlijk zijn. Negentig procent van de mensen vindt zichzelf een betere chauffeur dan gemiddeld. Ik niet trouwens. Maar ook ik maak me net als u talloze malen schuldig aan deze bias op andere terreinen.

Bij corona is dit vooral zichtbaar bij de 17 miljoen amateurvirologen en -statistici, die we al eerder zagen bij systeem 1 en 2. Ze lezen iets op Facebook of Twitter. En hoppekee. Niet alleen zorgt systeem 1 voor impulsiviteit, ook overschatten mensen hun eigen vermogen informatie op waarde te schatten.
De gedragseconomen likken hun – uiteraard goed gewassen – vingers erbij af. Want we hebben ook nog kuddegedrag. Ik wil eigenlijk helemaal geen wc-papier kopen, maar als mijn buurvrouw het doet, moet ik wel.

Lees ook: Wat leert de coronacrisis ons over de economie?

“We hebben ook nog kuddegedrag: ik wil eigenlijk helemaal geen wc-papier kopen, maar als mijn buurvrouw het doet, moet ik wel.”

Weer in balans

Gelukkig kent de gedragseconomie niet alleen problemen, maar ook oplossingen. Of nou ja, oplossingen. De beschreven problematiek is nogal hardnekkig en de ideale wereld bestaat niet. Laten alle roeptoeters op sociale media die het RIVM willen opheffen dat even laten bezinken. Maar we kunnen wel wát doen.
Allerlei overheidsmaatregelen zijn gericht op het vermijden van kuddegedrag of andere gedragseconomische fenomenen zoals hierboven opgetekend. Niet voor niets roept Mark Rutte in zijn speech op om niet te hamsteren of om 1,5 meter afstand te houden. In noodgevallen kan de overheid steviger te werk gaan en samenscholingsverboden afkondigen of mensen nog drastischer ophokken.

Gedrag begint bij onszelf en naar de markt of de overheid wijzen is te makkelijk. We zullen het samen moeten doen.

Maar het is niet alleen de overheid van wie alle heil te verwachten is. De markt draagt ook zijn steentje bij. Zo zien we dat veel winkels zelf allerlei maatregelen nemen die niet verplicht zijn. Ook zijn er allerlei producten die ontwikkeld worden (denk aan online materiaal), die verhinderen dat mensen toch in de verleiding komen fysiek contact te zoeken.
En als laatste schakel zitten we er zelf ook bij. Mensen leggen zichzelf allerlei beperkingen op, zoals niet afspreken met vrienden, terwijl dat strikt genomen wel zou mogen. Gelukkig maar. Gedrag begint bij onszelf en naar de markt of de overheid wijzen is te makkelijk. We zullen het samen moeten doen.

Voor Stichting Innovatief Economieonderwijs schrijft Marcel Canoy een serie blogs over economie en de coronacrisis.

Marcel Canoy

Sinds april 2014 is econoom Marcel Canoy verbonden aan de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA). Hij werkt hier onder andere aan een schoolboek samen met econoom Lans Bovenberg. Zijn voornaamste gebieden van expertise zijn gezondheidszorg, migratie, sociaal beleid, Europees beleid en marktwerking en regulering. Canoy studeerde econometrie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde op het onderwerp 'industriële organisatie. Hij had diverse postdoctorale functies aan de universiteiten van Parijs, Maastricht en Leuven.

Laat een reactie achter





Ontvang maandelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.