Wat leert de coronacrisis ons? Deel 9: rijk en arm

Start | Samenleving | Wat leert de coronacrisis ons? Deel 9: rijk en arm

Zonder het verdriet en de onzekerheid van medelanders te bagatelliseren, vroegen we ons af: maar wát als er niets te hamsteren valt? Als er geen IC-afdelingen zijn die vol kunnen raken, geen vergoeding vanuit de overheid voor geleden bedrijfsschade, geen ruimte om 1,5 meter afstand te houden? Wat als je in een vluchtelingenkamp woont, in een sloppenwijk, of in een arm dorp in een uitgestrekt, droog land?

Rina Molenaar, directeur-bestuurder van Woord en Daad, een christelijke ontwikkelingsorganisatie werkzaam in 23 landen wereldwijd, dacht ook over deze vragen na.

Spiegel

In deze tijden van corona lijkt het alsof ik op onverwachte momenten weer oog in oog sta met veel mensen die ik de afgelopen jaren ontmoette. Het is alsof ik hun verhalen, die ze toen open en eerlijk met me deelden, pas nu écht begrijp. Soms probeerde ik hen te troosten of sprak ik een bemoedigend woord. En na een poosje vertrok ik weer, hen achterlatend in hun dagelijkse realiteit.

In Nederland vertelde ik deze verhalen door. Ik vertelde hoe het leven daar ver weg is en hoe deze mooie mensen ons kunnen leren blijmoedig en veerkrachtig te leven.
Ik realiseerde me niet dat zij me op een later moment nóg een keer zouden spiegelen. In deze onzekere en verwarrende coronatijd komen ze weer bij me terug. Voer ik gesprekken met hen, maar vooral met mezelf.

Kijktip: Webinar Veritas Forum 14 april: Where is God in suffering?

“Na een poosje vertrok ik weer, hen achterlatend in hun dagelijkse realiteit. Maar in deze onzekere en verwarrende coronatijd komen ze weer bij me terug.”

De eerste besmettingen waren in Nederland een feit. De dagen erna steeg het aantal besmettingen en werden de eerste doden geteld. Angst greep om zich heen. We zoeken zekerheid in harde feiten, in kennis van wetenschappers of zoeken onze toevlucht in ons geloof.
We beseffen meer dan ooit: we zijn nietige, kwetsbare mensen.
Dat weten we wel als ook andere ernstige ziektes onszelf treffen of onze geliefden. Maar over het algemeen leven we in relatieve rust en veiligheid in ons kleine Nederland.

Terwijl de heftige cijfers van de dodentallen tot me doordringen, voer ik in mezelf opnieuw een gesprek met Luisnette uit Haïti.
Was dit het gevoel dat jij beschreef toen ik je in 2018 opzocht in je dorp? Een tocht van ruim vier uur vanaf de hoofdstad Port-au-Prince. Ver verwijderd van de bewoonde wereld. Je zei: ‘Als ik morgen malaria krijg, weet ik dat het mijn dood kan worden. Medicijnen zijn hier niet voorhanden. Om een dokter te bezoeken, moet ik vier uur reizen. Ik leef bij de dag. Daarom geniet ik van elke gezonde dag.’
Ik denk dat ik nu dieper besef wat deze woorden voor jou betekenden, Luisnette.

We beseffen meer dan ooit: we zijn nietige, kwetsbare mensen.

‘Als we allemaal 1,5 meter afstand houden en ons aan de regels van de overheid houden, kunnen we de verspreiding van het virus afremmen’, vertelde Rutte ons een paar dagen later.
Ik waan me terug in Colombia en zie daar in het vluchtelingenkamp de vrouw weer op een muurtje zitten, de bijbel in haar hand. Ze las en straalde rust uit. Ze vertelde me hoe ze snakte naar een plek zonder mensen. Rust in haar hoofd en rust voor haar moe-gevluchte lichaam. Vrouw zonder naam, wat zou jij doen als je dit advies van jouw minister-president zou horen, terwijl de mensen om je heen krioelen? En ja, ik weet dat het niet alleen Colombia betreft. De beelden uit Griekenland vertellen ook genoeg. Die ruimte is er simpelweg niet, als je met zoveel mensen in een kamp woont.

Zwart scenario

Terwijl de cijfers rond besmettingen stegen en een ‘intelligente lockdown’ werd afgekondigd, beheerste ook een ander onderwerp het nieuws: de toename van IC-patiënten. Zou Nederland in een zwart scenario terecht komen en gedwongen worden pijnlijke keuzes te moeten maken omdat er onvoldoende IC-bedden beschikbaar zijn?
In mijn gedachten zat Josias uit Burkina Faso weer naast me onder de boom bij zijn huis. Hij vertelde me hoe hij in het ziekenhuis terecht kwam met een onbekende, niet verklaarbare kwaal. Niet veel later werd in het buitenland duidelijk dat hij kanker had.
‘Ziek zijn in het ziekenhuis in Burkina Faso kan je nog zieker maken dan je al bent,’ zei hij tegen me.

Ik check de besmettingscijfers van Burkina Faso op de NOS-site. Het aantal loopt met de dag op. Ik app en vraag aan Josias hoe het gaat met hem en zijn land. Het hele land telt op dit moment 35 zuurstofmaskers, schrijft hij. Het zwarte scenario is in Burkina Faso de realiteit van elke dag.

Lees ook: Wat leert de coronacrisis ons over de wetenschap?

“We kunnen niet stilzwijgend toezien wat er in deze kwetsbare landen gaat gebeuren. De ramp zal niet te meten zijn.”

Hoop in een lijdende wereld

Een lockdown in Haïti, Burkina Faso en Colombia betekent voor een groot deel van de bevolking geen werk. Geen werk is per direct geen eten.
Het kan toch niet waar zijn dat deze mensen niet aan corona sterven, maar van honger?

De feiten rond corona in Nederland en in de rest van de wereld zijn ernstig. Ziekte en onzekerheid in je leven doen iets met ons allemaal. Leed en verdriet kun je natuurlijk niet vergelijken of tegenover elkaar zetten. Wel weten we dat een grote ramp zich over onder andere Afrika voltrekt.
De mensen weten helaas maar al te goed wat onzekerheid betekent in een mensenleven. Maar we kunnen niet stilzwijgend toezien wat er in deze kwetsbare landen gaat gebeuren. De ramp zal niet te meten zijn.

Ik neem me dan ook voor aandacht te blijven vragen voor hun situatie en tegelijkertijd zelf zo eerlijk mogelijk in de spiegel te blijven kijken. Daarbij geef ik mijn naasten dichtbij en ver weg een plek in mijn dagelijkse gebed. Omdat ik geloof dat Jezus ziekte en dood heeft overwonnen, en dát werkelijk hoop biedt voor deze lijdende wereld.

Dit is deel 9 in de tiendelige serie Wat leert de Coronacrisis ons? Alle artikelen in de serie vind je hier.

Rina Molenaar

Rina Molenaar (1973) werd geboren in Jaarsveld (gem. Lopik). Ze begon haar loopbaan in de gehandicaptenzorg, stapte over naar het onderwijs, en werkt sinds 2002 bij Woord en Daad. Daar was ze achtereenvolgens scholenvoorlichter, hoofd particuliere fondsenwerving, manager van de afdeling communicatie en fondsen en lid van de raad van bestuur. In die tijd studeerde ze communicatie en rondde ze haar master bestuurskunde aan de Vrije Universiteit af.Ze schreef verschillende kinderboeken: ”Vlucht naar El Pozon” (over een ontheemd meisje in Colombia, 2007), ”Miss India” (2009), ”Schokkende aarde” (over Haïti, 2010). In 2017 verscheen haar gezinsdagboekje ”Wereldwijd” en schreef ze mee aan diverse dagboeken.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.