fbpx

Test-page

Home | Test-page

Imagine that in 25 years medical science will be able to create every type of tissue in our body, how do we deal with that technology? Can a person undergoing a heart transplant choose to receive a printed super heart that makes him a top athlete? Or suppose that someone should have a new eye as a result of an accident, may he ask for a bright green horror eye instead of the blue eye he lost? In other words, if everything is possible, does everything have to be done?

Biofabrication is a brand new research field that combines technology and medicine. I am convinced that this field will bring about a revolution in health care within a few years. An important part of Biofabrication is bioprinting. Bioprinting is simply 3D printing of biomaterials. Living, body’s own cells, that is. I am involved in research that focuses on creating human body parts. Pieces of skin to heal burns, pieces of cartilage to reconstruct noses and ears or to replace worn cartilage in knees. And who ever knows whole organs for transplantation.

The rapid growth of 3D bioprinting involves ethical issues. Because if everything is possible, does everything have to be done? (photo: Utrecht University)

Human tissue as a test animal

3D printing is not nearly as new as you might expect. In the 1980s, the first technique was described above by Dr. Hideo Kodama. In recent years, this field has been growing tremendously, partly because many patents from the 1980s and 1990s have now expired. Another important factor that promotes the growth of 3D printing are international interdisciplinary collaborations within this research area. Different fields benefit from developing this technique. For example, it is now possible for commercial cosmetic companies to print human tissue such as skin using bioprinters and to use it as a ‘test animal’. This not only improves their image – because the use of test animals is decreasing – but it also causes less animal suffering.

The best possible medicine

In the same way, it is possible for pharmaceutical companies to print mini-organs on a culture plate. On those mini-organs, which closely mimic the physiological conditions of humans, medicines can be tested before testing on subjects (the so-called clinical trials). If the use of these mini-organs improves the test process of medicines, better-functioning medicines can be brought onto the market. In addition, we can use 3D printers to ‘personalize’ medicines for patients. By changing a few parameters in the computer, we can adjust doses for individual patients and then print prescription drugs. In this way, someone gets the best possible medication, relatively cheaply. The perfect dose also ensures fewer side effects,

In september gaf Ouafa Dahri een college voor de Universiteit van Nederland over Biofabrication. Ook daarin gaf ze aan dat het 3D-biopbrinten leidt tot vragen waar je niet te makkelijk overheen moet stappen. 

3D-printers gaan steeds vaker gebruikt worden om op een snelle manier medische implantaten op maat te maken. Dat dit een veelbelovende methode is, bleek al in 2014 toen in het UMC Utrecht een schedel vervangen werd door een geprinte versie. Een jonge patiënte leed aan een chronisch botaandoening, die resulteerde in het verlies van haar gezichtsvermogen en coördinatiestoornissen. De klachten verdwenen als sneeuw voor de zon na het plaatsen van de op maat gemaakte schedel van kunststof. Als student Biofabrication ben ik erg enthousiast en optimistisch over de toekomst. Als we kijken naar de ontzettend snelle groei binnen dit onderzoeksveld, zijn mijn verwachtingen hooggespannen.

Creëren van supermensen?

Aan de andere kant brengt de snelle groei van het 3D-bioprinten de nodige ethische vragen met zich mee. Niemand zal ertegen zijn dat we huid printen voor patiënten met brandwonden. Of bijvoorbeeld nieuwe nieren voor nierpatiënten, al is dat toekomstmuziek. Wat een zegen zal dat zijn voor deze patiëntengroep. Met die laatste toepassing kunnen we bovendien de wachtlijsten ernstig terugdringen of doen verdwijnen. Maar mag iemand die van nature een onregelmatige huid heeft, vragen om huidtransplantaties om een gladdere huid te krijgen? Gaan we toe naar het printen van ‘mooiere’ neuzen en oorschelpen voor mensen die niet tevreden zijn met wat ze hebben? Gaan genezen en cosmetische ingrepen steeds meer door elkaar lopen?

Stel dat het mogelijk wordt om spieren te maken die tientallen keren sterker zijn dan normale spieren, waarmee iemand topatleet kan worden, moeten we die techniek dan inzetten?

Terugkeer niet meer mogelijk

En als we een stapje verder gaan? Ik noemde al het voorbeeld van een geprint superhart, of een gifgroen horror-oog. Maar wat te denken van ogen met een infrarood functie of nachtzicht? Of stel dat het mogelijk wordt om onbreekbare botten te maken en spieren die tientallen keren sterker zijn dan normale spieren… moeten we die techniek dan inzetten? Of heeft dat niets meer met genezing te maken, maar eerder met het creëren van supermensen? Dit zijn grote vraagstukken, die niet zomaar beantwoord of opgelost kunnen worden.

My opinion is that Biofabrication must primarily contribute to the healing of people. But if we can improve functions of tissues and organs before we use them to heal, do we have to do that? And if so, who determines that? We need to think about these kinds of questions in time before it is too late to ask ourselves if we have not gone too far and a return is no longer possible.