fbpx

Hannesen, hakkelen en mompelen…

Home | Hannesen, hakkelen en mompelen…

Het is de Maand van de Filosofie. In dat kader organiseerden wij de afgelopen weken een blogwedstrijd met als thema: ‘Ik stuntel, dus ik ben’. Dat is ook meteen het thema van de filosofiemaand. Van de ingezonden blogs plaatsen wij er deze maand twee. Deze week de onderstaande blog van Nadine Boers, over het soort gestuntel dat we allemaal herkennen. Over ons gehakkel en gemompel wanneer we plotseling geconfronteerd worden met een heftig levensverhaal. “Kijk ons hannesen met onszelf, met elkaar. Ik kon daar in de speeltuin alleen maar naast hem zitten en eenlettergrepige kreten uitbrengen.”

Joviale vader

Daniël zie ik meestal één tot twee keer per week. Kort, vluchtig. Hij brengt zijn dochtertjes rond hetzelfde tijdstip naar het kinderdagverblijf waar ik ook mijn zoontje Lucas naartoe breng. Daniël is een grote man. In het begin was ik een beetje onder de indruk van de in pak gestoken, joviale vader met de snelle grapjes die hij maakte bij het teruglopen naar onze auto’s. Na enkele weken ging ik zijn frisse opmerkingen en luchtigheid waarderen. Af en toe ving ik ook een vlieg bij hem af, maar altijd moesten we snel door naar ons werk.

Toen de maxi-cosi’s werden ingeruild voor loopfietsjes, kwamen we elkaar ook wel eens tegen bij het speeltuintje in het park, of in de bibliotheek. Dan groetten we elkaar en maakten even een iets langer praatje. Soms zag ik hem voordat hij mij had gezien. Dan was hij bezig met zijn dochtertjes of juist even alleen, als de kinderen hun gang gingen. Hoe vaker dat gebeurde, hoe meer ik dacht te zien, dat zonder dat pak zijn schouders wat lager leken te hangen. En dat zijn manier van bewegen iets licht slepends had. Op die momenten raakte hij iets verdrietigs in mijzelf.

Misschien ook interessant: Ik stuntel, dus ik ben?

Verdrietig
Ik was verbaasd. Dit was een heel andere Daniël. Opeens was zijn vrolijkheid verdwenen en zag hij er somber en verdrietig uit. (Foto: Depositphotos.com)

Anti-depressiva

Vorige week troffen we elkaar weer in de speeltuin. Zoals gebruikelijk deden we vrolijk en gezellig. Ondertussen speelden onze kinderen met elkaar en met andere kinderen. Na de eerste ronde wip-wap en schommels zetten we de kinderen in de zandbak. Ik vroeg hem of hij altijd zo vrolijk was. Daniëls gezicht leek wat te verstrakken en zijn blik leek naar binnen te keren. Daniël ging praten en werd stiller tegelijk. Hij voelde zich meestal lang niet zo vrolijk als hij zich voordeed. Slikte al jarenlang anti-depressiva. Had al verschillende therapieën geprobeerd. Had een baan waar hij niks aan vond. Leefde met zijn vrouw Inge alsof ze collega’s waren.

Ik was verbaasd. Dit was een heel andere Daniël. Opeens was zijn vrolijkheid verdwenen en zag hij er somber en verdrietig uit. Ik slikte. Hoe moest ik hierop reageren? Ondertussen zag ik Lucas bij het hekje staan, hij zou toch niet weglopen? Ik aarzelde of ik zou opstaan of zou blijven zitten. Ik keek naar Daniel en hakkelde iets als “jeetje”. Daniël praatte door, Lucas draaide zich om, dus ik bleef zitten.

Bij de geboorte overleden

Nog voordat de twee meisjes waren geboren die nu zaten te spelen, was er een jongetje geweest. Een volgroeid baby-mannetje dat bij de geboorte was overleden. Het was nu ruim vijf jaar geleden. Sinds die tijd was het bergafwaarts gegaan tussen Inge en hem. Hij mompelde iets over verschillende manieren van rouwverwerking. Het viel weer stil. Ik wist niets te zeggen. Ik bracht iets uit als “oh” en na nog een stilte “joh”. Daniël vertelde verder terwijl hij voor zijn dochtertjes – die inmiddels aan zijn knieën stonden – een soepstengel uit zijn tas viste. “Ik vind het heel erg wat er met ons zoontje is gebeurd. Maar dat ik Inge kwijt ben…”

Lees ook: Is stuntelen zwak? Nee joh!

Het was nu ruim vijf jaar geleden. Sinds die tijd was het bergafwaarts gegaan tussen Inge en hem. Hij mompelde iets over verschillende manieren van rouwverwerking. (Beeld: Giphy)

Hij stopte met praten. Zijn meisjes bleven aan zijn knieën staan en vroegen om drinken. Vervolgens hoorde ik Lucas huilen. Hij lag op het schelpenpad naast de zandbak. Ik stond op en hoorde Daniël zacht zeggen: “Ik mis haar verschrikkelijk”. Ik keek hem aan en besloot toch naar Lucas te rennen. Lucas liet zich snel troosten en gaf aan weer terug te willen naar de zandbak. Daniël liep langs ons en zei: “Ik ga even bij de meisjes kijken”. “Dag diva’s”, galmde hij over iedereen heen, “zitten jullie lekker?” Terwijl ik Lucas terug zette, verbaasde ik me weer over de snelle omschakeling die hij kennelijk kon maken.

Therapietje starten

Tien minuten later was Lucas uitgespeeld en leek het me beter om naar huis te gaan. Ik vroeg me af hoe ik afscheid zou nemen van Daniël, omdat ons gesprek eigenlijk zo ‘onaf’ voelde. Ik veegde het zand van Lucas’ kleren, zette hem in de buggy en zocht Daniël. Ik zag hem worstelen met een dochtertje en een schommel. Ik stak mijn ene hand op, riep “Daniël!” en stak mijn andere hand verontschuldigend half in de lucht. “Euh, wij gaan naar huis.” Daniël gaf zijn dochtertje, inmiddels in het stoeltje van de schommel gezeten, een duw en kwam op me af lopen. “Dankjewel hè”, zei hij. “Voor het luisteren.”

“Tja, graag gedaan”, antwoordde ik. “Iets anders lukte me ook niet echt. Ik wist niets zinnigs te zeggen.” “Geeft niet, zei hij, ‘er valt ook niet veel te zeggen. ’t Is knap waardeloos. Die meiden geven me nog een beetje plezier. Ik slik mijn pillen en ga binnenkort maar weer eens een therapietje starten. Kijken of we er nog iets van kunnen maken.” Hij klonk cynisch en lachte er hard bij. “Komt wel goed, hoor”, stelde hij mij gerust. Met een enigszins tollend hoofd wandelde ik met Lucas naar huis.

Ook lezen: Zo’n burn-out, dat is toch niets voor jou?

Speeltuin
Daniël gaf zijn dochtertje, inmiddels in het stoeltje van de schommel gezeten, een duw en kwam op me af lopen. “Dankjewel hè”, zei hij. “Voor het luisteren.” (Foto: Depositphotos.com)

Moed om verder te gaan

Kijk ons hannesen in de speeltuin. Kijk ons hannesen met onszelf, met elkaar. Daniëls verdriet, zijn machteloosheid, zijn eenzaamheid – ik had het niet voor hem kunnen oplossen. Ik kon noch zijn zoontje noch zijn vrouw bij hem terugbrengen. Ik kon daar in de speeltuin alleen maar naast hem zitten, naar hem luisteren en eenlettergrepige kreten uitbrengen. Tussen de bedrijven door. Toch had hij dat fijn gevonden. Het had een vleug van de verbondenheid gegeven waar hij naar verlangt. Dat had hem weer hoop en moed gegeven om verder te gaan, vertelde hij later. Ons gehannes had hem goed gedaan.

Hannesen, hakkelen en mompelen

Toch had het gesprekje in de speeltuin me ook geconfronteerd met mijzelf. Wat laat ik eigenlijk zien? Betrek ik anderen bij mijn gehannes in het leven? Of worstel ik liever in mijn eentje? Met als gevolg, dat ik de rauwe kanten van het leven ook alleen moet dragen. En dat maakt het alleen maar zwaarder.

Zullen we samen meer durven hannesen, hakkelen en mompelen?

Deze blog werd ingezonden voor onze blogwedstrijd ‘Ik stuntel, dus ik ben’, in het kader van de Maand van de Filosofie. Meer informatie over Nadine Boers is te vinden op de site van haar eigen praktijk.

Nadine Boers-de Graaf

Nadine Boers-de Graaf (1977) is psychotherapeut met een eigen praktijk. Zij rondde in 2007 een studie Klinische Psychologie af aan de Universiteit Utrecht (cum laude) en deed tussen 2011 en 2014 een post-doc Psychotherapie (BIG-geregistreerd). Nadine is getrouwd en moeder van drie kinderen. Ze woont in Utrecht, en noemt zichzelf een 'christen die meer heeft met vragen dan met antwoorden'.

1 reactie

  1. Adrie op 8 april 2019 om 23:12

    Dank je wel voor dit waardevolle verhaal. Veel mensen zullen zich er,net als , in herkennen.

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.