Generic selectors
Exact matches only
Zoek een titel
Zoek in de Gestelde Vragen
Zoek een Artikel
Zoek naar Thema's
Filter by Categories
Mensbeeld
Relatie
Religie
Samenleving
Technologie
Uitgelicht
Wetenschap
Zingeving

Is je leven zinvoller wanneer je gelooft?

30 03 2018

Is je leven zinvoller wanneer je gelooft? Ton van Brussel, voormalig directeur van debatcentrum de Rode Hoed, is bij uitstek iemand die die vraag kan beantwoorden. Als tiener raakte hij zijn geloof kwijt, maar hij hervond het ook. Hij concludeert: “Goed leven kan ook zonder God, als ongelovige, maar mij valt het als zoekende gelovige lichter”. Lees hieronder zijn verhaal.

(UPDATE: Dit artikel werd oorspronkelijk geplaatst op 1 december 2017)

Als zeventienjarige, ongelovig geworden jongen, werd ik geraakt door het werk van de Franse schrijver Albert Camus. Hij gaf woorden aan een bestaan zonder God en beantwoordde een vraag die toen in mijn vriendenkring steeds vaker werd gesteld: wat is de zin van het leven? Als kind hield je je daar niet mee bezig. En voor het geval dat, was er het duidelijke antwoord van de catechismus – een boekje over de christelijke geloofsleer – die je vanaf je zesde verjaardag uit het hoofd ging leren: ‘Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’.

Totaal verschillende reacties

Camus’ essay ‘De mythe van Sisyphus’ (1942) was na de catechismus het eerste boek dat de oervraag rond de zin van het leven voor mij weer aan de orde stelde. In dit essay wordt de mens Sisyphus, na het tarten van de goden, door hen gestraft. In de onderwereld moet hij als straf een groot rotsblok tegen een helling omhoog rollen. Maar, steeds als het rotsblok bijna boven is, rolt het weer naar beneden. Kortom, Sisyphus’ werk is volkomen nutteloos. Camus trekt de mythe door naar een leven zonder God: in wezen absurd, want zinloos.

“Ik werd dankzij Camus wakker met een stortvloed aan nieuwe vragen”

Het is mooi hoe één en hetzelfde boek bij twee mensen twee totaal verschillenden reacties kan oproepen. Binnenkort verschijnt op deze website een artikel van vrijdenker Anton van Hooff. Anton is atheïst of, zoals hij het zelf liever noemt, een ‘godvrij mens’. En Camus’ essay blijkt zijn bijbel. Voor Anton brengt Camus verheldering en bevestiging. Bij mij was het andersom. Ik werd dankzij Camus wakker met een stortvloed aan nieuwe vragen. Weliswaar creëert Camus zijn eigen vorm van zingeving: de mens kan namelijk besluiten de zinloosheid van dit leven te aanvaarden en daar kracht uit putten. Of, zoals hij schreef in zijn mythe: ‘De strijd op zichzelf tegen de top is al voldoende om het hart van de mens te vullen. We moeten ons Sisyphus als een gelukkig mens voorstellen’.

Ik kon niet berusten in een zinloos leven

Daar kon ik mij niet mee identificeren, levenslustig als ik was. Ik kon niet berusten in de slotsom dat een leven – mijn leven – zonder God absurd en zinloos zou zijn. Het omgekeerde leek me trouwens ook niet waar: dat een leven met God vanzelfsprekend zinvol zou zijn. Tja, daar zit je dan in een aan etiketten verslaafde omgeving. Ik was geen gelovige, zoveel was duidelijk, maar ook geen atheïst. Agnost dan? Wie weet. Ietsist? Dat woord bestond toen nog niet, maar met terugwerkende kracht: liever niet.

Volgens Camus is het leven zinloos en daarom absurd. Wat rest is de zinloosheid van dit leven te aanvaarden en daar kracht uit te putten. ‘Dat kon ik niet accepteren’, schrijft Ton van Brussel.

Ik ben al enige tijd geen ongelovige meer, dus ik kan nu uit meer dan één vaatje tappen. Ik ben ook geen polemist, maar wil mij toch verzetten tegen het versimpelde beeld dat atheïsten – of godvrije mensen, ook Anton van Hooff – graag schetsen van gelovigen. Alsof het gaat om simpele zielen die, uit angst voor de hel en/of hopend op de utopie van een hemel, een goed mens proberen te zijn. En daar tegenover stellen, dat hun moraal berust op het denken. Alsof dat de mooiste kwalificatie is van een humaan mens: redelijk en zedelijk.

Van ongeloof terug naar geloof

Het beeld van een angstige, simpele ziel is een karikatuur van atheïsten, die zij graag in de groep gooien vanwege de vermeende hardvochtigheid van gelovigen en hun God. Voor atheïsten, zo blijkt keer op keer, is de Godgelovige een zwarte-kousen-type, woonachtig op Urk. Ik ben daar wel eens geweest en sprak er mensen met wie ik het zeker niet op alle punten eens ben. Toch is belangrijk om te noemen dat mijn denken juist begon toen het bestaan zonder God als zinloos werd afgeschreven. Onderweg van het ongeloof (terug) naar het geloof probeerde ik een humaan mens te zijn.

Je bent hier niet voor niets

Er was immers altijd die boodschap van mijn moeder die mij niet losliet: “Je bent hier niet voor niets, je bent gezond, je hebt hersens, we zijn bemiddeld, dus zorg ervoor dat je iets voor anderen kunt betekenen.” Met zo’n inspirerende opdracht kan iedereen uit de voeten en misschien is dat wel het mooiste antwoord op de vraag naar de zin van het leven. Denken houdt bovendien nooit op. Ik deed het als zoekende ongelovige en ik doe het nog meer als zoekende gelovige. Goed leven kan ook zonder God, als ongelovige, maar mij valt het als zoekende gelovige lichter.

LEES MEER

mm
Ton van Brussel is journalist, oud-omroepbestuurder en was tot zijn pensionering, zomer 2017, directeur van debatcentrum de Rode Hoed. Hij is Rooms opgevoed, verloor en hervond zijn geloof, en is nu lid van de Doopsgezinde Gemeente te Baarn.
Meer van Ton van Brussel
Aantal reacties: Oeps, nog geen reacties. Wees de eerste die reageert!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *