Wat is waarheid (deel 3)

Start | Zingeving | Wat is waarheid (deel 3)

‘De waarheid in pacht hebben’ is geen compliment. Er wordt meestal bedoeld dat een persoon of instituut geen enkele ruimte laat voor een andere zienswijze, voor zelfreflectie en al zeker niet voor twijfel.

Niet zelden wordt er in deze context gesproken over christenen en/of de kerk, juist daar waar het om de Grote Vragen gaat: levensvragen waar we geen of niet direct een antwoord op hebben.

Theoloog en schrijver Jart Voortman legt in dit blog uit hoe het weten en niet-weten naast elkaar kunnen bestaan.
Voor zowel stellige gelovigen als chronische twijfelaars :).

Het niet weten

Hij schreef meer dan een plank vol met boeken over theologie, maar toen hij 76 jaar was zei hij: ”Wie wil werken in de theologie, kan nooit zijn rug rechten nadat de vragen zijn opgelost, kan nooit van bereikte resultaten spreken…, maar kan alleen maar iedere dag, ja ieder uur opnieuw bij het begin beginnen.”

We hebben het over Karl Barth, een van de belangrijkste theologen van de vorige eeuw. Opmerkelijk: een enorm dikke dogmatiek geschreven, die bijna niemand op de wereld integraal heeft gelezen en dan zo’n ontboezeming die iedere pretentie over de geleverde arbeid doet verschrompelen. Na vele jaren studeren en doceren erkennen dat je eigenlijk niet zo veel weet en eigenlijk niet zo veel begrijpt.

”Na vele jaren studeren en doceren erkennen dat je eigenlijk niet zo veel weet en eigenlijk niet zo veel begrijpt.”

Tijdens mijn eigen midlife-crisis begin jaren negentig had ik ook zo’n gevoel: ‘ik ben voortdurend aan het praten over zaken die je niet kunt weten. Ik ben doctorandus in een vak waar ik geen verstand van heb’. Tja als dat een overheersend gevoel is, dan wordt het moeilijk om iedere zondag het Woord Gods te verkondigen.
Onlangs betoogde Stefan Paas nog: we kunnen allerlei strategieën ontwikkelen voor missionair gemeente-zijn, maar als ons persoonlijke christelijke geloof ‘een afbrokkelend verhaal’ is, zal dat niet zo veel zoden aan de dijk zetten.

Kennis en liefde

Christenen en zeker jonge christenen hebben er last van dat vele mensen in hun omgeving geen connectie hebben met hun bevlogenheid en vaak ook volledig onverschillig staan tegenover geloof.
Christenen hebben met andere woorden moeite met agnosticisme, het besef dat we de diepste vragen van het leven niet kunnen doorgronden.
In plaats van voortdurend ‘de grote vragen’ te doorzoeken kun je volgens agnosten beter pragmatisch in het hier en nu iets voor andere mensen proberen te betekenen. Of je zet je in voor het milieu of andere thema’s.

Christenen hebben moeite met agnosticisme, het besef dat we de diepste vragen van het leven niet kunnen doorgronden.

Het is echter niet helemaal juist om het christelijk geloof voor te stellen als een reservoir aan kennis dat ontleend is aan een bovennatuurlijke openbaring en de tegenpool vormt van agnosticisme – de beleving dat het onmogelijk is om iets zinnigs te zeggen over een mogelijke transcendente wereld.

In het beroemde hoofdstuk over de liefde (1 Corinthiërs 13) zegt Paulus dat het niet weten ook deel uitmaakt van het geloofsleven van een christen. Een christen is voor een gedeelte ook agnost. Op een poëtische manier beschrijft Paulus hoe de liefde boven alles uitgaat. Liefde is meer dan altruïsme. Liefde is belangrijker dan het doorgronden van de geheimen van ons bestaan. Want onze kennis schiet tekort. De werkingen van de Geest zijn gebrekkig. We doorgronden ons bestaan niet, maar we ‘kijken in een wazige spiegel’.

Belangrijk is de volgende zin: ‘toen ik nog een kind was, sprak ik als een kind… Nu ik volwassen ben heb ik het kinderlijke achter mij gelaten’. Jezus sprak over kinderlijk geloof als voorwaarde voor alles. Paulus gebruikt hier een ander woord voor kinderlijk, dat in negatieve zin een voorstadium is van de volwassenheid.

Volwassenheid heeft te maken met het erkennen van onvolmaaktheid. Een kind en zeker een puber heeft een wereldbeeld waarin alles klopt.

Volwassenheid heeft te maken met het erkennen van onvolmaaktheid. Een kind en zeker een puber heeft een wereldbeeld waarin alles klopt. Paulus zegt dat we geestelijk niet boven onze stand moeten leven. De kerken zijn gebrekkig. En we kunnen niet alles weten. Dat is voor later. Een puber weet alles beter dan zijn ouders. Totdat hij zelf verkering krijgt.

Het protestantisme heeft zeker puberale trekjes. Een catechismus met vragen en antwoorden. De Bijbel als verzameling bewijsplaatsen: overal paaltjes in de grond, zodat je precies weet waar je moet wandelen. Het geloof als een burcht met overal schietgaten om de vijandige wereld te bestoken. Uitgewerkte dogmatieken, maar wat zeg je tegen iemand die een geliefde heeft verloren?

Paulus heeft op sommige plaatsen een heel moderne insteek. Hij heeft het over de dwaasheid van het geloof (1 Kor 1:22) en de paradox: als je wijs wilt zijn in deze wereld, moet je eerst je eigen dwaasheid erkennen (1 Kor 3:18).
Een christen deelt dus in de onwetenheid van niet-gelovigen.

”De Bijbel als verzameling bewijsplaatsen: overal paaltjes in de grond, zodat je precies weet waar je moet wandelen.”

Een weten van het hart

Het diepe besef van niet weten heeft bij velen tot gevolg dat geloofszekerheid niet mogelijk is. Het geloof is volgens hen te onvast om daar je hele leven op te baseren.
Laten we nog even luisteren naar een andere Bijbelschrijver.
De apostel Johannes zegt in zijn eerste brief: We weten dat God rechtvaardig is (2:29); Wij weten dat hij geopenbaard is om de zonden weg te nemen (3:5); Dit heb ik geschreven opdat U weet dat u eeuwig leven hebt (5:13).

Het weten van Johannes is niet een intellectueel weten, maar een weten van het hart, een innerlijk besef van een werkelijkheid, die de onze overstijgt. Waar haalt Johannes zijn zekerheden vandaan?

Het antwoord is niet moeilijk. Het ligt in het ene thema van zijn evangelie: Jezus is op aarde gekomen, opdat we God als Vader zouden leren kennen.
Ook bij Johannes vinden we het levensgevoel van het niet weten: ‘niemand heeft ooit God gezien’ (1:18), Maar veel meer doorslaggevend is: ‘we hebben zijn glorie gezien, vol genade en waarheid’ (1:14).

Het kan dus naast elkaar bestaan: weten en niet weten.

Dit is het derde en laatste deel in de serie ‘Wat is waarheid?’ die we zijn gestart in De Maand van de Filosofie: ‘Het uur van de waarheid.’ Hier vind je deel 1 en deel 2.

Jart Voortman

Jart Voortman (1953) was veertien jaar lang predikant in de Protestantse Kerk en is nu werkzaam in het godsdienstonderwijs. In zijn studententijd leerde hij over geloofszekerheid bij een evangelische beweging. Maar onvermijdelijk begonnen later de vragen aan hem te vreten. In zijn boek ‘Open geloven’ is dit een belangrijk thema: de verhouding tussen weten en niet weten, de verhouding tussen openbaring en verborgenheid. www.opengeloven.net

Laat een reactie achter





Ontvang wekelijks een portie denkvoer in je mailbox.

Zo blijf je op de hoogte van nieuwe artikelen, video's, podcasts en cursussen.